Muziek Seventies Gerry Rafferty Baker Street Classics en

Gerry Rafferty: een lange weg

Wie kent niet de song "Baker Street"? Deze all time classic uit de jaren zeventig van de Schotse zanger Gerry Rafferty, de weemoedige saxofoon, het explosieve gitaarwerk, de tot meezingen dwngende melodie. Dit artikel licht een tip op van de sluier van het mysterie Gerry Rafferty.


In de zomer van 1978 las ik - op vakantie in Engeland - in The Guardian een interview met Gerry Rafferty, wiens song Baker Street in de maanden daarvoor de wereld had veroverd. De saxofoon-intro herken je meteen als het nummer ook nu nog op de radio wordt gedraaid. De lange, snerpende uithalen van Raphael Ravenscroft zetten de toon voor een weemoedige classic waaraan iedereen zijn eigen herinneringen heeft: een zomer aan een Spaanse Costa, een wandeling door de bergen van Wales, een avontuurlijke nacht in een grote stad. We weten niet precies waar het liedje over gaat, de tekst is geheimzinnig, maar de muziek raakt ons in het hart. En keer op keer weer die saxofoon.

In het interview lichtte Rafferty een tip van de sluier op. De song ging over zijn gevecht tegen de platenmaatschappij waarmee hij jaren daarvoor een wurgcontract had getekend: hij had zich voor lange tijd vastgelegd, maar wilde niet meer de muziek schrijven die de maatschappij op de plaat wilde zetten. Men hield hem echter aan zijn contractuele verplichtingen en iedere dag toog Rafferty naar de vestiging van de maatschappij aan de Londense Baker Street in de hoop eindelijk van het contract af te komen. Dat gebeurde pas bij afloop van de wettelijke termijn in 1977 en Rafferty was vrij om met zijn voorraad songs aan te kloppen bij de concurrent. Niet lang daarna schreef hij op de cover van zijn album City to city de volgende mysterieuze woorden: Thanks to those who helped to make this album and curses to those who prevented it. Hij was vrij. Van City to City werden vijfeneenhalf miljoen exemplaren verkocht, genoeg om hem rijk te maken.

Baker Street is het verslag van zijn worsteling. En passant memoreert hij zijn oude vriend Joe Egan, eens zijn compagnon in Stealers Wheel. Joe Egan is de man die eruit gestapt is en Gerry Rafferty is in de music business gebleven. De wereld mag hem dankbaar zijn, want hij leverde een serie prachtige albums en songs die laten zien dat hij en Egan niet voor niets ooit werden genoemd als de opvolgers van de Beatles, waarbij de McCartney-rol was weggelegd voor de trotse Schot Rafferty.

Dat was aan het begin van de jaren zeventig, toen Stealers Wheel hits scoorde als Late again, Stuck in the middle with you en Star. Goed in het gehoor liggende songs, melodieus en ritmisch, de kwaliteiten die hits nodig hebben. Het was meen ik in 1973 dat ik de groep live aanschouwde op het Pinkpop-festival dat destijds nog in een sportpark in Geleen werd gehouden. De heren waren dronken als torren en hun optreden was een aanfluiting. We waren ze al vergeten toen toenmalige superster Rory Gallagher aan het eind van die dag zijn gitaar stemde voor een overdonderend uurtje rock-and-roll.
I should know better, but I can't say no, zou Rafferty later over zijn liefde voor het drankvertier zingen in het titelnummer van de elpee Night Owl, de opvolger van City to City. Zoals zo vaak bij beloftevolle groepen, waren het ook nu de onderlinge spanningen die tot een vroegtijdig einde zouden leiden: Rafferty ging solo zijn gevecht aan met de platenmaatschappij en van de rest van Stealers Wheel is nooit meer iets vernomen. Joe Egan bracht in 1979 nog een single uit, Back on the road again, die echter niet leidde tot zijn come back.

City to city is het masterpiece van een kunstenaar die zich door ellende en afwijzing heeft heengeslagen. Het is een album van emotievolle songs, stuk voor stuk juweeltjes van compositie, een vak dat Rafferty tot in de puntjes van zijn vingers beheerste, ondersteund door zijn toenmalige producer Hugh Murphy, die voor Rafferty was wat George Martin voor de Beatles was. We luisteren naar Whatever's written in your heart en herkennen de worsteling om een onmogelijke relatie. Stealin' time is de ingehouden litanie van de ster die het gemaakt heeft. City to city is een lied over het verlangen, onderweg naar de geliefde. In Mattie's rag keren we terug naar onze geboortestreek, vol verwachting. In de The Arch bezingt een weemoedige Rafferty op bijna gospelachtige wijze een reis door de verbeelding van het menselijk tekort. In Island, tenslotte, wederom gedragen door de sax van Raphael Ravenscroft, neemt hij afscheid van een grote liefde.

Na City to city gaat Rafferty weer op toernee, ditmaal doet hij ook de VS aan, wat hij eerder - met Stealers Wheel- had geweigerd. Hij bezingt het leven dat hem overvalt op het succesvolle vervolgalbum Night Owl uit 1979, nog mooier geproduceerd dan City to City. Zijn leven bestaat uit reizen, optreden, liefde, drank en the good life. Later, op het album Snakes and Ladders uit 1980, zal hij daarover zingen in Wastin' away: I'm leavin' the good life behind, too much of nothing every day.
Night Owl behaalt niet het grote succes van zijn voorganger, er worden 2 miljoen exemplaren van verkocht. Toch wordt de plaat enorm veel gedraaid op de radio, met name in de VS. In The tourist drijft Rafferty de spot met zichzelf als hij zingt over de nieuwe schoenen die hij zich aanmeet op Fifth Avenue: Me I'm wiped out, I'm dead on my feet - come a long long way from Baker Street. Ook blikt hij voor het eerst terug op zijn eigen carrière in het nummer Take the money and run, iets wat hij in latere albums zal blijven doen:
I was caught up in a fever,
In that summer of 69,
When my heart was cryin' out for change
And the time was comin' when I'd get away.
So I moved on to that city,
Where I met a friend of mine,
And I must admit it I amused me well
With all those bad luck stories that he could tell…


En wéér is daar de dramatische sax van Raphael Ravenscroft, samengeperste emotie die een uitweg zoekt, geklonken in het stuwende ritme van bas en gitaren.

Meer en meer komt Rafferty naar voren als een zoeker, een wanderer. Bad luck overvalt hem in de eerste helft van de jaren tachtig. De inspiratie blijft weg (zijn album uit 1981 heet heel toepasselijk Sleepwalking), zijn huwelijk loopt op de klippen. Hij zet zijn schreden op het gebied van de filmmuziek, maar het wordt slechts een klein succes (het door hem geschreven Letter from America uit Local Hero, waarin Mark Knopfler van Dire Straits het beter deed met de soundtrack).
In 1988 is hij op zijn éénenveertigste terug met North and South, een verzameling prachtige songs met lange intro's en een uitgebalanceerde productie. Shipyard town beklimt de hitparade. Steeds weer komt de relatie met zijn vrouw naar voren, culminerend in A dangerous age:
Don't tell me you're leavin' me now,
As you know how hard I've been tryin'
Darling you're my world,
Don't bring it all tumblin' down…


Het is de laatste keer dat zijn ster schijnt. Rafferty's succes is steeds afhankelijk geweest van de persoonlijke noot die hij in zijn composities legde. Hij lijkt emotioneel leeggebloed, niet meer in staat het persoonlijke om te gieten tot het voor de buitenstaander herkenbare.
Het wordt stil. In 1992 komt hij met On a wing and a prayer, dat geen commerciëel succes wordt. In 1994, tenslotte, verschijnt Over my head, waarop ook een aantal nieuwe versies van Stealers Wheel nummers.

In 2002 komt Another World, niet meer dan een herhaling van de vorige twee albums. Het vuur is eruit.
Gerry Rafferty heeft sinds 1969 een lange weg afgelegd en het is al een wonder dat hij tot aan 1988 meesterlijke songs bleef schrijven en produceren. Zijn gitaar mag hij ooit aan de wilgen hangen, zijn stem zal ooit niet meer klinken, maar oh die sax uit Baker Street. Die vergeten wij nooit. Dank je wel, Gerry Rafferty, jij gaf vorm aan onze emoties en herinneringen.
© 2007 - 2008 Josbruls, gepubliceerd in Artiesten (Muziek en Film) op 25-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Josbruls is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Gerry Rafferty: een lange weg"


Door Ton asschert op 16-11-2007

Prachtig artikel rafferty verdient het .