Homestudio en Thuisstudio

De (home-)studio 06 - Meten is weten

De (home-)studio 06 - Meten is weten

In navolging van eerdere bijschriften, zesde artikel in een reeks van ongeveer 40 columnachtige artikelen over de homestudio, waarin op luchtige wijze diverse aspecten van het werken in en rond de (home-)studio aan bod komen. Deze artikelen zijn gebaseerd op het eerder door Coen Raad geschreven en reeds verschenen 'Het Grote Opnameboek' en 'Opnemen voor Gitaristen & Bassisten'.


Meten is weten

Dat is zo’n heerlijke beta-nerduitdrukking van bebrilde halfvolwassen manjongens met teveel acné op bleekblozende donskaken, die hun adolescente erogevoelens sublimeren op allerlei technische formules. Maar.., na een paar dagen testen, opnemen en mixen in het halfdonker word ik ook een beetje wereldvreemd. Daarom is deze leuze ook van toepassing in de homeóstudio; zonder oscilloscoop. Enige tijd geleden heb ik een Phonic Graphic EQ/RTA-module aangeschaft. Voor wèhnugh! Niet vanwege de (digitale) EQ, maar vooral vanwege de Real Time Analyzer-functie. Hierbij wordt het binnenkomende (stereo-)signaal verdeeld en geanalyseerd over 31 vaste frequentiebanden. Vooral bij het mixen ideaal. Overigens kan dit ook met software-toepassingenn, maar dat belast weer een toch al overvol beeldscherm.

Goed, zo had ik in een mix telkens een paar venijnige pieken, waardoor de VU-meter van mijn digitale opnamesysteem onacceptabele oversturing aangaf (clipping). Zachter zetten van de masterfader en verantwoordelijke kanaalfaders (bas, drums, zang, sologitaar) zou betekenen, dat ik de zorgvuldig samengestelde balans weer opnieuw moest instellen. Een limiter of compressor zou in geluidstechnisch opzicht uitkomst bieden, maar… nu had ik dus die RTA-functie! Ik liet de hele mix zonder ingrepen langskomen. Op de display met de Hold-functie op [ON] waren de centrale frequenties bij 400 en 500 Hz het sterkst vertegenwoordigd. Vervolgens heb ik dit gebied bij de sologitaar, de zang en de snaredrum een paar decibel afgezwakt. Verzwakken kun je redelijk ongestraft doen zonder de sprectrale balans te verstoren, maar versterken leidt logischerwijs vaker tot oversturing. En ja hoor, nu kon de mix verder onveranderd blijven, terwijl de plotselinge signaalpieken uitbleven. Deze aanpak geldt in principe ook voor individuele bronnen. Zo is meten dus toch weten. Blijf wel altijd gehoormatig controleren, want sommige frequenties mogen dan op de meter ‘teveel’ zijn; in muzikaal opzicht zijn ze misschien juist bepalend of in ieder geval karakteristiek voor een bepaald instrument.

De testbank

Om een signaal op de mengtafel af te regelen is soms een goede ijkbron nodig, zoals een 1 kHz sinustoon, die op test-CD’s aanwezig is of als (gratis) software-toongenerator (kijk bijv. op internet naar ‘Black Cat Systems’). Diezelfde Phonic geeft overigens ook een breedband-signaal af (de zogenaamde pink noise-ruis). Bij gebrek aan beter: de grondtoon van een C6-toets op een synthesizer is ±1.000 Hz. Behalve meten is een goede voorbereiding de ander helft van het weten. De beste instrumenten blijven natuurlijk je eigen oren, maar die moet je wel een beetje trainen. Dat kan met weer met zo’n test-CD, maar ook met aandachtig luisteren naar diverse albums; ook uit andere genres. Maak een denkbeeldige verdeling in de drie dimensies, links-rechts, voor-achter en hoog-laag, terwijl de vierde dimensie de beweging t.g.v. tijdsprocessoren inhoudt (bijv. Autopan-delay of de LFO van een chorus). Een gezond jongmens kan een verandering van 3 dB in het gebied tussen 50-15.000 Hz goed waarnemen; anders is er mogelijk sprake van lichte gehoorschade.

Andere bronnen

Lees vooraf productinformatie, raadpleeg het internet (website, discussieforums) en lees na een mogelijke aanschaf eerst de handleiding goed door. Probeer deze specifieke kennis uit te wisselen met medemuzikanten. Overweeg daarnaast om workshops of (modules van) cursussen te volgen. Raadpleeg zonodig ook toonaangevende tijdschriften en bepaalde naslagwerken. Maak zelf korte luistertesten, bij voorkeur naast bekende referenties. Ga bijvoorbeeld na welke microfoon geschikt is voor jouw stem of akoestische gitaar. Doe dit zowel afzonderlijk alsook in samenhang met meer instrumenten. Maak aantekeningen van alle instellingen. Teken zelf of kopieer uit de handleiding het bedieningspaneel van het apparaat en noteer zo de instellingen voor elk nieuw project. Met behulp van een digitale camera is het nu eenvoudig én kostenloos om een overzichts- en detailplaatje te maken en dit in de computer te bewaren in dezelfde map als waar zich de data-files van het project bevinden (kies een logische, systematische naamgeving). Ook via MIDI is het mogelijk om instellingen te bewaren; bijvoorbeeld Program Changes van klankmodules en effectapparaten.

Ook heeft een MIDI-sequencerprogramma vaak een functie om beknopte notities te maken: bijv. Tr. 1+2, Fdr -10, L-30/R-50, FX-2: -15 dB; MF: 350, -2; LF: +3. Hier staat dan: kanaal een en twee zijn in stereo met de faders op -10 dB en een panorama van 30% links en 50% rechts. Alleen het tweede effect tot -15 dB is toegevoegd. Als EQ is voor de middenfrequentie bij 350 Hz met 2 dB gefilterd en voor de vaste HF (12k) is een milde versterking van 3 dB gekozen. Met een beetje discipline, zorgvuldigheid en gezond verstand kun je zo veel meer uit je hobby halen.
© 2007 - 2008 Coenraad12, gepubliceerd in Diversen (Muziek en Film) op 11-04-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Coenraad12 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De (home-)studio 06 - Meten is weten"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.