Homestudio. Thuisstudio en Thuisopnemen

De (home-)studio 07 - Hoe werkt de Compressor?

De (home-)studio 07 - Hoe werkt de Compressor?

In navolging van eerdere bijschriften, het zevende artikel in een reeks van ongeveer 40 columnachtige artikelen over de homestudio, waarin op luchtige wijze diverse aspecten van het werken in en rond de (home-)studio aan bod komen. Deze artikelen zijn gebaseerd op het eerder door Coen Raad geschreven en reeds verschenen 'Het Grote Opnameboek' en 'Opnemen voor Gitaristen & Bassisten'.


Hoe werkt de Compressor?

Een geluidstechnicus gebruikt de compressor om uiteenlopende redenen: geluidstechnisch, muzikaal en zelfs artistiek. Desondanks is deze dynamiekprocessor waarschijnlijk een van de meest onjuist of onhandig gebruikte apparaten in de opnamewereld. Vrijwel alle akoestische geluidsbronnen vertonen een wisselende dynamiek: soms van heel zacht tot heel hard. De compressor is dus nodig om harde signalen geschikt te maken voor het opnamemedium (reductie) en zachtere signalen relatief harder te laten klinken. Vroeger probeerde de nog in stofjas gehulde geluidstechnicus dit tijdens de (mono-)opnamen handmatig met de volumefaders op te vangen. Dan kon nog wel met een beperkt aantal sporen!
Later nam de Voltage Controlled Amplifier (VCA) deze taak over. In mindere mate werden hier ook vacuümbuizen en foto-elektrische cellen toegepast. Een absolute noodzaak in de zich snel ontwikkelende studiowereld waar méérsporen-recorders en mengtafels met veel kanaalfaders hun intrede deden.

Under Pressure
Een compressor reageert vanaf een instelbare ondergrens (Treshold) en treedt binnen een eveneens instelbare korte tijd (Attack) in werking door het binnenkomende signaal te comprimeren. Dat gebeurt met een bepaalde Ratio. Een compressor met een ingestelde ratio van 4:1 zal elke vier dB bóven de Treshold tot slechts één dB reduceren. Dit betekent natuurlijk dat het signaal relatief zachter gaat klinken. De Gain Make Up is echter een versterkingstrap om het signaal weer op het oorspronkelijke geluidsniveau te krijgen, maar dit verhoogt helaas ook de systeemruis. Het uiteindelijke resultaat is echter een signaal met minder pieken, dat dus regelmatiger van klank is. Voor de meeste geluiden reageert de compressor geleidelijk (soft knee); bij percussieve geluiden is meestal een snelle response wenselijk (hard knee).

Ook heeft een compressor nog een Release-waarde, die bepaalt hoe snel de compressor weer terugkeert naar haar oorspronkelijke niveau. Een Auto-instelling voor Attack en Release geeft vaak aangenamer resultaten dan handmatig ingestelde waarden. Een goed ingestelde compressor behoort haar werk stil en transparant uit te voeren; dus zonder hoorbare en/of storende bijgeluiden. Daarentegen vertoont een matig afgestelde compressor met onjuist ingestelde Attack- en Release-waarden hoorbare bijgeluiden, zoals ‘pompen’ en ‘zuchten’. In de jaren zestig werd dit juist met opzet gedaan, zoals bij de platen van the Who; een creatieve toepassing die weer in de belangstellling staat, getuige de populariteit van Joe Meek opto-compressoren.

reductie (dB)attack (msec)release (msec)ratioresponse
Vocalen3 - 605 - 25250 - 5002:1 - 10:1soft knee
El. GTR3 - 605 - 105002:1 - 4:1hard/soft
Ac. GTR6 - 1210 - 404003:1 - 6:1soft knee
Bas-GTR6 - 1505 - 105004:1 - 10:1soft knee
Kick+snare6 - 1201- 052504:1 - limithard knee
Blazers6 - 1205 - 152506:1 - limithard knee
Overheads3 - 610 - 20400? :1 (limit)hard knee
Totale mix3 - 605 - 10250 - 5002:1 - 4:1soft knee

Deze tabel is slechts een uitgangspunt. Zo heeft de akoestische gitaar meer compressie nodig wanneer als slaggitaar met plectrum bespeeld dan alleen getokkeld met plectrum of vinger(nagel)s. Ook de elektrische gitaar heeft clean veel meer compressie nodig dan gespeeld met flinke vervorming, aangezien deze gewenste geluidsbewerking (overdrive!) al een comprimerend effect heeft. Tegenwoordig gebeurt het opnemen steeds vaker met één of meer kanaalstrips. De meeste nabewerkingen vinden immers plaats in het digitale stadium, m.b.v. de reeds intern ‘aanwezige’ compressoren of plug ins.

Veel complete opnamesystemen beschikken vaak over een Preset-bibliotheek, maar ik zou daar zelf niet al teveel op vertrouwen. Neem ze als richtlijn en stel waar nodig gehoormatig zelf bij. Mede door deze ontwikkelingen lijkt de losse (stand alone) compressor dus niet echt nodig meer. Bij gemiddelde optredens van band(je)s zien we rijen met ‘budget’-spullen van Behringer, Phonic of Samson. Niet slecht voor deze toepassingen, maar minder subtiel bij technisch lastige opgaven in de opname- & homestudio. Wil je toch een compressor aanschaffen, test dan zeker de volgende apparaten uit: de multi-functionele Focusrite Composer met een inductie-circuit voor extra laag (klinkt erg goed op basgitaar of eindmix) of de Mindprint T-Comp met een warm klinkend buizengeluid.
© 2007 - 2008 Coenraad12, gepubliceerd in Diversen (Muziek en Film) op 16-04-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Coenraad12 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De (home-)studio 07 - Hoe werkt de Compressor?"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.