Homestudio en Thuisstudio

De (home-)studio 17 - Opnemen van drums & percussie

De (home-)studio 17 -  Opnemen van drums & percussie

In navolging van eerdere bijschriften, zeventiende artikel in een reeks van ongeveer 40 columnachtige artikelen over de homestudio, waarin op luchtige wijze diverse aspecten van het werken in en rond de (home-)studio aan bod komen. Deze artikelen zijn gebaseerd op het eerder door Coen Raad geschreven en reeds verschenen 'Het Grote Opnameboek' en 'Opnemen voor Gitaristen & Bassisten'.


Opnemen van drums & percussie

Elke rockband wil wel een drummer hebben als Animal uit 'the Muppet Show'! Of liever iets intelligenter als bijvoorbeeld Terry Bozzio, Bill Bruford of Steve Gadd? Ik heb zelf weleens achter het drumstel gezeten. Aan het einde van een avondje repeteren met de band. Uit meligheid. Niets voor mij, hoor. Veel te ingewikkeld om met twee benen en armen al die trommels en deksels aan te tikken en dan ook nog in de maat!

Beat it
Een drumstel is in geluidstechnisch opzicht inderdaad een verzameling losse instrumenten; in het ideale geval één uitgebalanceerd geheel. In het klankenspectrum van een traditioneel drumstel is onderscheid te maken tussen laag (basdrum), midden (snaardrum & tomtoms) en hoog (bekkens & hihat). In de opnamestudio weet de technicus vaak goed hoe hij een drumstel moet opnemen. Toch is het goed, dat je als muzikant meedenkt en zo nodig eigen wensen naar voren brengt. In theorie kun je een drumstel al met één (overhead-)microfoon opnemen. Producer Daniel Lanois nam ooit bij U2 de drums op met drie microfoons: voor bas- en snaardrum en slechts één overhead-microfoon! In het extreme geval krijgt elk onderdeel een eigen microfoon toegewezen. En soms zelfs twee, zoals bij de basdrum om de tik van de klopper te registreren en het diepe laag van de trommel zelf. Of de snaardrum en tomtoms aan zowel boven- als onderzijde. Maar dat is allemaal geen garantie voor een beter geluid. Vaak krijg je wel een beter stereo-beeld en meer controle over elk individueel signaal, maar het betekent echter ook meer sinalen, die je allemaal geluidstechnisch moet blijven controleren.

De belangrijkste fenomenen die zich kunnen voordoen zijn:
  • Overspraak: openstaande microfoons pikken vaak signalen op van andere onderdelen. Dit kan echter ook een natuurlijke invloed hebben op het geluid. Remedie: bij ongewenste overspraak helpen zorgvuldig afgestelde noise gates, eventueel specifiek reagerend op de bron (bijv. als frequentie-afhankelijke gating bij snaardrum en hihat).
  • Faseverschillen: hoe meer microfoons dichtbij elkaar staan, hoe groter de kans dat signalen die in de overige microfoons terechtkomen, verschillen in looptijd (fase) introduceren. Remedie: Goed inregelen, controleren met een fase-meter en zonodig de fase omkeren (veelal mogelijk met luxere opnamesystemen).

Een drumstel opnemen in de homestudio is vrij ongebruikelijk. Een drumcomputer/sampler eventueel in combinatie met een elektronisch drumstel of ook de tegenwoordig uitstekende software-matige drums (sample-libraries) biedt dan uitkomst. Aangezien maar liefst tig-% van de Top 40-nummers op ongeveer deze wijze tot stand is gekomen, hoef je je dus beslist niet te schamen. Het voordeel is dat je elk klankonderdeel apart via MIDI kunt aansturen. Een aparte drumcomputer of vergelijkbaar (bijv. softwaredrums met audio-uitgangen op de geluidskaart van de computer) moet bij voorkeur meer dan twee uitgangen hebben voor het flexibel inregelen op de (digitale/anaologe) mengtafel. Zelf werk ik met een drumcomputer: oudgediende, de Alesis DM-5 heeft vier audio-uitgangen: een voor bas- & snaardrum en een stereopaar voor de overheads (voor tomtoms & bekkens). Vooral met het toevoegen van galm is slechts één stereo-aansluiting ongewenst, want je wilt immers wél galm op de snaardrum en de overheads, maar absoluut geen of weinig op de basdrum. Meestal gebruik ik uit een speciaal daarvoor bestemd galmapparaat een [Plate] of een [Drum Room].

In sommige producties beslaat het drumgeluid het hele stereobeeld, maar dat vind ik nogal onnatuurlijk. Een drummer heeft immers niet zulke lange armen. Meestal zet ik voor de overheads het panorama op tien uur links en twee uur rechts, de bas- & snaardrum min of meer centraal. Meestal zet ik de basdrum en basgitaar iets uit het midden, maar dan wel tegenover elkaar (zeg maar: 'op half twaalf en half een'). Om variaties in hihat en snaardrum te krijgen heb ik dezelfde geluiden onderling licht verschillend gemaakt en met twee toetsen ingespeeld. Ook kleine timingsverschillen maken het geheel vooral op hihat en ride bekken een stuk realistischer. Compressie is voor drumgeluiden-uit-blik niet echt nodig, maar hier en daar is een EQ-ingreep toegestaan (zie De (home-)studio – 09). Voor de bas- & snaardrum gebruik ik een buizen-EQ. Niet alleen voor subtiele klankcorrecties, maar vooral vanwege de broodnodige klankverrijking. Deze twee belangrijke onderdelen moeten namelijk opboxen tegen de echte, akoestische bijdragen voor zang, bas en gitaren. Ook voor de overheads haal ik dezelfde truuk uit: hiervoor heb ik een Behringer UltraGain aangeschaft voor weinig meer dan 100 euro. Het multi-functionele apparaat heeft een buis én een instelbare parametrische EQ-band. Hierdoor kan ik de bekkens toch wat meer laten sprankelen, terwijl het fadervolume dan toch niet echt verder hoeft te worden opgeschroefd. Onze overzeese buren zeggen dan zo mooi: ‘it cuts through the mix’. Mijn werkwijze is natuurlijk niet voor elke thuisopnemer geschikt, maar het gaat om het principe. Een software-effect (bijv. galm) of het inzetten van een exciter geeft mogelijk hetzelfde resultaat. Beat it!
© 2007 - 2009 Coenraad12, gepubliceerd in Diversen (Muziek en Film) op 28-04-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Coenraad12 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De (home-)studio 17 - Opnemen van drums & percussie"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.