Film En Video en Film

De eerste films

De eerste films

We hebben in de inleiding op deze special gezien dat diverse wetenschappers onafhankelijk van elkaar aan de wieg stonden van de ontwikkeling van de film en de filmcamera. De uitvinding van de cinetografische camera en de cinetoscoop door Thomas Edison gaf de filmontwikkeling een enorme duw. In dit eerste artikel van deze reeks over de geschiedenis van de film zien we de verfijning van de filmcamera en de uitvinding van de projector en het filmscherm die zo een groter publiek konden bereiken.


De gebroeders Lumière

Thomas Edison zag zijn uitvinding van de cinetoscoop, een kijker waardoor maar één persoon bewegende beelden kon bekijken, niet als revolutionair en van korte duur voor de amusementswaarde. Maar anderen zagen er meer in. Variaties op zijn camera kwamen er steeds meer, naarmate zijn beginselen snel verbreid werden en men begon te zoeken naar een manier om de beelden te projecteren op een groot scherm. Het valt moeilijk te zeggen wie dat het eerst lukte, want demonstraties van projectie-apparaten hadden in vele steden ter wereld plaats in het hele jaar 1895.

Maar in Frankrijk vonden Auguste en Louis Lumière (zie foto), fabrikanten van fotografisch materiaal in Lyon, de cinematograaf uit, die als camera kon worden gebruikt en als projector. Dit was de stamvader van onze tegenwoordige geperfectioneerde filmcamera's en -projectoren. Het hart van het apparaat was de zgn. grijpersvlinderconstructie. De te projecteren film werd met kleine rukjes door het toestel getransporteerd, zodat steeds een volgend filmbeeldje voor de projector werd gebracht. Een draaiende vlinder onderschepte het licht tijdens het filmtransport, maar liet het licht telkens door de lens vallen als zich een filmbeeldje op de juiste plaats bevond.(Bij opnames is in principe de richting van het licht omgekeerd). En dat alles gebeurde 16 maal per seconde, zó snel dat het oog van de toeschouwer de indruk kreeg dat het naar bewegende beelden keek. Dank zij de al genoemde traagheid van het oog! De cinematograaf was uitgevonden en in hetzelfde jaar, 1895, vonden de eerste voorstellingen plaats. Ze waren onmiddellijk een daverend succes. De eerste voorstelling in België werd al op 10 november 1895 gegeven. De Nederlanders moesten tot 18 juni 1896 wachten voordat ze zich aan het nieuwe wereldwonder konden vergapen. Na de uitvinding van de film is de ontwikkeling razendsnel gegaan.

De eerste films

De eerste films duurden meestal niet langer dan drie of vier minuten en vertoonden voorvallen uit het werkelijke leven: straattaferelen (zoals de beroemde film van de gebroeders Lumière van werklieden die de fabriek uitgingen om te schaften), paarderennen, of de plaatselijke brandweer die uitrukte om een brand te blussen. Music-hall- en kermisexploitanten maakten propaganda voor de nieuwe uitvinding en het bleek dat het publiek geld over had voor de vertoning van levende beelden. Toen het nieuwtje van de films er af raakte, kwam er vraag naar meer variatie. Cameraploegen reisden het land af op zoek naar nieuwe stof. Het resultaat was vaak een zeer onnauwkeurige weergave van nieuwsobjecten, omdat alles wat van actueel belang was allang had plaats gehad voordat de fotografen erbij waren. George Méliès, een Franse duivelskunstenaar, was de eerste die de verslaggeverskant van de film exploiteerde. Hij had de vroege films van Lumière gezien en al spoedig zijn eigen camera ontworpen en een projector gekocht. Méliès was een uiterst creatief en veelzijdig figuur. In zijn studio, de eerste in zijn soort, schreef hij zelf zijn verhalen, schilderde het decor, maakte afdrukken en hij verkocht de films. Zijn fantastische, geestige filmbeelden kwamen tot stand door allerlei trucs van de moderne filmkunst. Een reis naar de maan uit 1902 introduceerde wat nu een alledaagse techniek is, de overgang van het ene beeld in het andere. Ondanks zijn vindingrijk pionierswerk bleef Méliès echter beperkt door oude toneeltechnieken.

Die beperkingen werden spectaculair overschreden door Edwin S. Porter, een cameraman van Edison. De Grote Treinroof werd een onmiddellijk succes en duurde niet minder dan 11 minuten. Voor het eerst maakte Porter een zodanige filmmontage dat hij twee draden van de handeling die tegelijk plaats hadden liet zien. Hij begon de camera te laten bewegen. Zijn technieken maakten de film tot een spannend schouwspel, en De Grote Treinroof, die bij het publiek opnieuw belangstelling voor de film wekte, was bovendien de eerste Amerikaanse 'western'.
© 2008 - 2010 Staal, gepubliceerd in Film en Video (Muziek en Film) op 22-01-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De eerste films"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.