Filmindustrie en Filmacteurs

De ontwikkeling van de stomme film

De ontwikkeling van de stomme film

Vanaf het eerste begin was de film een internationaal medium. Er was geen geluid, dus waren er ook geen taalbarrières. Titels en ondertitels kon men zo nodig in iedere gewenste taal vertalen en dus kon men ieder publiek overal bereiken. In dit artikel van deze special over de filmgeschiedenis aandacht voor de oorzaak van de opkomst van de Amerikaanse filmindustrie ten koste van de Europese, de creativiteit van regisseurs en natuurlijk de legende onder de stomme filmacteurs: Charlie Chaplin.


Opkomst Amerikaanse filmindustrie

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak in 1914 had praktisch ieder Europees land zijn bloeiende filmstudio's. Uit Italië kwam het historische spektakelstuk Quo Vadis? in 1912 en Cabiria in 1914. Denemarken, Zweden, Frankrijk, Engeland en Duitsland produceerden alle belangrijke films, vaak bewerkt naar toneelstukken of romans. Toen de oorlog uitbrak kon echter alleen in Denemarken en Zweden het filmbedrijf doorwerken. In de rest van Europa lag het bedrijf vrijwel stil omdat men celluloid nodig had voor de oorlogsindustrie. Op dat moment begon de Amerikaanse filmindustrie met sprongen omhoog te gaan. Aan het eind van W.O. I beheersten de Amerikanen de filmmarkt bijna volledig en 'Hollywood' was synoniem geworden met de filmindustrie. Hoge salarissen, gunstige belastingfaciliteiten en een zonnig klimaat lokten regisseurs en acteurs naar Zuid-Californië. En zij produceerden wat het publiek wenste te zien. Blijspelen, romantiek en zinsbegoocheling deden de mensen, althans voor korte tijd, het binnenkomende nieuws uit het door oorlog verscheurde Europa vergeten.

Charles Chaplin

Ongetwijfeld de beroemdste acteur die in de oorlogsjaren opdook was de Britse komiek Charlie Chaplin, wiens schitterende pantomimespel een combinatie was van gevoel, streven naar perfectionisme en een uniek komisch talent. Hij werd al bij zijn leven een legende. Hij heette voluit Charles Spencer Chaplin, werd in 1889 in een arm Londens gezin geboren en overleed in 1977. Vader was een niet al te succesvol variété-artiest. Zijn eerste korte film 'Take my picture' uit 1914 werd in dat jaar en in 1915 gevolgd door nog zo'n vijftigtal korte stomme films. Kenmerkend waren zijn veel te grote schoenen, wandelstok en te kleine bolhoed. Zijn waggelende ganzepas had hij, volgens eigen zeggen, afgekeken van een dronkelap. Alleen de naar buiten gerichte voeten had-ie zelf bedacht. Chaplin was al vanaf het begin vrij kritisch op sommige regisseurs. Zij knipten wel eens tot groot ongenoegen van de acteur in scènes. Zijn eerste zelf geproduceerde en geregisseerde speelfilm was 'The Kid' uit 1921. Als speelfilmacteur werd hij toch het bekendst met de films 'Modern Times' uit 1936 en 'The Great dictator' uit 1940. Beide films (in kleur) zijn zeer maatschappelijk en politiek geëngageerd en behandelen zaken als het leven na de grote beurskrach op Wallstreet van 1929, de moderne techniek en Nazi-Duitsland. Chaplin bleef in deze films de komiek, maar met een bloedserieuze ondertoon.

De Europese filmindustrie

In de 20-er jaren gingen vele prominente regisseurs en acteurs uit Europa naar de Verenigde Staten. Weldra waren de Poolse actrice Pola Negri, de Duitse acteurs Emil Jannings en Erich von Stroheim en de Zweden Mauritz Stiller en Greta Garbo evenzeer thuis in Hollywood als Amerikaanse steracteurs uit die tijd zoals Douglas Fairbanks en Mary Pickford. Het trieste resultaat was dat de Europese films achteruit gingen, terwijl importen uit Hollywood overal de bioscopen overspoelden. Gelukkig ging niet alle talent verloren, want René Clair en Jean Renoir in Frankrijk, Alfred Hitchcock in Engeland en Fritz Lang en Robert Wiene in Duitsland behoorden tot de grote regisseurs die hun reputatie vestigden in de jaren na 1920.

De film als illusie van de werkelijkheid

Was de film begonnen als gefotografeerde werkelijkheid en gefotografeerd toneel, in het tijdperk van de stomme film werden door creatieve filmmakers al typisch filmische uitdrukkingsvormen ontdekt. Theoretici formuleerden filmwetten die nog steeds geldigheid bezitten. Al spoedig bleek de film wel degelijk iets anders te kunnen zijn dan de fotografie van de bewegende werkelijkheid. Het gaat om de illusie, het droombeeld dat de regisseur van de werkelijkheid kan oproepen. Hij hanteert spelers en voorwerpen en past technieken toe als camerabewegingen, close-ups, flashbacks, motages, trucages enz.., en bereikt daarmee bij de toeschouwers een effect dat op geen andere wijze gerealiseerd had kunnen worden.
© 2008 Staal, gepubliceerd in Film en Video (Muziek en Film) op 22-01-2008, laatst gewijzigd op 22-01-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De ontwikkeling van de stomme film"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.