Instrumenten en Trommels

Drumtips voor beginners: goede trommels

Hoe een trommel klinkt, hangt van heel veel dingen af. Van het materiaal van de ketel, bijvoorbeeld, maar ook van de dikte, de diepte, en van alle onderdelen die er aan die trommel vastzitten. In dit artikel kom je alles tegen waar je op kan letten bij het kopen van een set drums..De ketel is het belangrijkste onderdeel van een trommel. Daar begint dit artikel dus mee, van het materiaal tot het aantal laagjes. Daarna lees je over de verschillende soorten spanranden en spanbokken.


Maple of berken
Verreweg de meeste trommels hebben houten ketels. Bij duurdere sets wordt meestal maple (esdoorn) gebruikt. Berkenhout (birch) staat op de tweede plaats. Over het klankverschil tussen die twee houtsoorten zijn drummers het ook na jaren nog niet eens. De een vindt maple wat warmer, en berkenhout wat helderder of doorzichtiger van klank; de ander vindt het tegenovergestelde. Grootste grap? Met een blinddoek voor hoort bijna niemand het verschil. Beste tip? Koop een drumstel om de klank, niet om de houtsoort.

Goedkoper
De ketels van goedkopere sets worden meestal van goedkopere, zachtere houtsoorten gemaakt, zoals Filippijns mahonie, lindehout (basswood) of lauan. Ook zijn de ketels vaak wat dikker; voor dunne ketels heb je beter hout nodig, en ze zijn moeilijker zo te maken dat ze rond blijven. Het zachtere hout en de dikkere ketels geven goedkopere sets meestal een vrij warme, `dikke, ronde klank. Zit er een laagje harder hout aan de binnenkant, dan wordt de klank wat helderder en strakker.Net zo'n laagje aan de buitenkant doet alleen iets voor het uiterlijk.

Harder hout
Voor duurdere drumsets worden ook andere houtsoorten gebruikt, van mahonie tot Australisch hardhout. Hoe harder het hout is, hoe helderder, duidelijker en strakker de klank meestal zal zijn.

Andere materialen
Remo is het enige merk dat een eigen materiaal gebruikt: dit Acousticon is gemaakt van met harsen versterkte houtvezels. Verder zijn er bijvoorbeeld trommels van koolstofvezel en (doorzichtig) plexiglas, maar die zie je bijna nooit. Metalen ketels kom je eigenlijk alleen maar bij snaredrums tegen; daarover later meer.

Hoe groot
Hoe groter de diameter of de velmaat van een trommel is, hoe lager je hem kan stemmen. Een groot vel kan een lagere toon geven dan een klein vel.

Hoe diep
Hoe dieper een ketel is, hoe dieper de klank zal zijn. Een tom van 12x10 klinkt dus niet lager, maar wel dieper dan een tom in de oude standaardmaat 12x8. De meeste drumsets hebben van die diepere powertoms. Ze spreken minder snel aan dan ondiepe toms. Je moet er dus harder op slaan om ze voluit te laten klinken.

Keteldikte
Trommels met dunne ketels (zeg maar zo'n 4,5 tot 6 mm) spreken sneller aan en ze klinken vaak wat opener en breder, met wat meer 'mid' en laag in de klank dan trommels met dikkere ketels (7 tot 9 mm). Trommels met dikkere ketels klinken vaak strakker en meer gericht, behalve als ze van een goedkopere, zachtere houtsoort gemaakt zijn.

Laagjes
Houten ketels zijn bijna altijd opgebouwd uit een stuk of zes tot negen dunne laagjes. Voor de klank maakt dat vrij weinig uit. Voor fijnproevers: heb je een zeslaags en een negenlaags ketel die precies even dik zijn, dan kan het hooguit zijn dat de negenlaags ketel een nauwelijks hoorbaar beetje droger klinkt.

Duigen
Een paar kleine fabrikanten bouwen hun ketels uit verticale plankjes of balkjes op (duigen, staves of blocks), net als houten vaten of conga's.

Kunststof bekleding
In de lagere prijsklasse zijn de ketels meestal met een stevige, kunststof bekleding afgewerkt. Kijk of die bekleding er strak op zit, zonder bobbels. Meestal loopt de overlappende naad van de bekleding onder twee spanbokken door; dan zie je er minder van, en de bekleding kan daar niet losraken.

Verstevigingsranden
In duurdere trommels zitten vaak een paar extra smalle houten randen. Vroeger deden ze alleen maar dienst als verstevigingsranden. Nu worden ze ook vaak gebruikt om de klank te beïnvloeden, en dan heten ze bijvoorbeeld sound rings. Ze zouden de attack (het eerste geluid als de stok het vel raakt) iets feller en de klank iets helderder maken. Sommige fabrikanten geloven erin, andere niet - en voor drummers geldt dat ook.

Gelakt of gebeitst
Iets duurdere en dure ketels zijn meestal (glanzend) gelakt of (mat) gebeitst. Dat ziet er mooier uit, maar het is ook kwetsbaarder. Bij duurdere sets worden er vaak ook meer laklagen aangebracht en er wordt tussendoor vaker en langer gepolijst en geschuurd, zodat alles er mooier uitziet, gladder aanvoelt en langer meegaat. Trommels kunnen dekkend gelakt zijn of transparant, zodat je de houtnerf nog ziet. Beits is altijd transparant. Op gebeitste trommels zie je een kras minder snel dan op een hoogglanzend gelakt instrument.

Draagranden
De vellen raken de trommel alleen op de draagranden (bearing edges). Meestal zijn die randen onder een hoek van 45 graden afgeschuind. Hoe scherper de rand is, hoe `scherper' en feller ook de klank kan zijn. Een draagrand met een rond model, zoals op veel goedkopere en op oudere trommels, maakt ook de klank wat `ronder'. Ook kunststof draagranden hebben vaak een vrij rond model.

Rond, egaal en vlak

Om goed te kunnen klinken, moet het vel helemaal vrij en gelijkmatig kunnen trillen. Daarom moeten trommels perfect rond zijn, de draagranden moeten vlak en egaal zijn, en de ketel moet een paar millimeter kleiner zijn dan de velmaat aangeeft.

Iets te klein
Als je langs de ketel richting het vel kijkt, zie je bij de meeste trommels een paar millimeter ruimte tussen de trommel en de velrand (flesh hoop); de trommel is iets kleiner dan het vel. Zit de rand van het vel tegen de ketel aan, dan kan de ketel het vel dempen. Dat zie je soms nog bij goedkopere, beklede drumstellen en bij oude sets.

Egaal
Of de draagranden vlak en egaal zijn is ook makkelijk na te gaan. Haal de vellen eraf, en glij met je vinger over de randen heen — net zoals je een wijnglas laat zingen. Kleine oneffenheden of lakresten zijn soms weg te schuren. Voorzichtig: haal je te veel weg, dan wordt het probleem alleen maar groter.

Rond en vlak?
Of een trommel perfect rond en vlak is, is met huis-, tuinen keukengereedschap eigenlijk nauwelijks te controleren. Je kan een ketel natuurlijk opmeten om te zien of hij niet al te ovaal is, en je kan op een vlakke tafel of op een glazen of marmeren plaat kijken of er licht onder de draagranden door schijnt. De meeste moderne ketels doorstaan zulke tests probleemloos. Veel schiet je er dus meestal niet mee op.

Spanranden en spanbokken

De spanranden en de spanbokjes worden wel het ketelbeslag genoemd. Op de meeste trommels zitten vrij dunne, in model geperste spanranden. Bij duurdere toms en snaredrums zijn die randen vaak wat dikker (±2,3 mm). Die dikkere randen, met namen als Mighty Hoops, Power Hoops of Super Hoops, zorgen voor een wat steviger attack en een wat drogere klank, en je hebt minder kans dat ze kromtrekken als ze niet gelijkmatig aangedraaid worden.

Gegoten randen
Gegoten spanranden kunnen de klank nog weer wat steviger en meer `solide' maken. Zulke die-cast hoops zitten op sommige toms, maar vooral op duurdere snaredrums. Op snaredrums hoor je het verschil ook het best, zeker als je veel rimshots en rimclicks speelt, waarbij de stok rand en vel tegelijk raakt.

Spanbokken
Bijna elk drumstel heeft z'n eigen model spanbokjes. De laatste jaren zijn kleine, enkele spanbokjes (single lugs) het populairst: dan zit er bij elk vel een rij bokjes. Op goedkopere sets, maar ook op professionele trommels uit de jaren negentig en daarvoor, zie je vaak doorlopende spanbokken: die lopen van het bovenvel door naar het ondervel. Zulke lange spanbokken heten ook wel double lugs, flush bracing of high tension lugs. Die laatste naam hoor je vooral als het om knetterhoog gespannen marstrommels gaat; bij een drumstel staan de vellen nooit onder echt hoge spanning.

Inzetjes
De spanbouten draai je vast in huismoeren, die in de spanbokjes zitten. Die hulsmoeren kunnen altijd een beetje bewegen. Ze worden meestal op hun plaats gehouden door kleine kunststof inzetjes.

Anti-terugloop
Bij een aantal merken helpen die inzetjes ook voorkomen dat de spanbouten ongewenst losdraaien. Dan is de gleuf waar de spanbout doorheen loopt iets aan de krappe kant: daardoor draait de spanbout wat zwaarder. Dat betekent ook dat het stemmen iets zwaarder gaat, maar bij het spelen heb je minder kans dat de spanbouten `teruglopen' en je trommels ontstemmen.

Tube lugs
Zogenaamde tube lugs (buisvormige spanbokken) hebben vaak geen aparte hulsmoeren. Zorg er dan altijd voor dat je de spanbout perfect recht in de schroefdraad draait, om te voorkomen dat je de schroefdraad beschadigt.

Onderleggers
Bij gelakte en gebeitste drumsets zitter er vrijwel altijd zachte, dunne ‘onderleggers’ onder de spanbokken.Vaak wordt daarover geroepen dat ze voor een betere klank zorgen, maar eigenlijk doen ze niet meer dan de lak beschermen tegen het metaal van de bokjes.

Hoeveel
Bassdrums en snaredrums hebben meestal tien spanbouten per vel. Op toms tot en met 13" zijn het er meestal zes per vel, en op grotere toms acht. Op goedkopere sets wordt wel eens bezuinigd op het aantal spanners. Voor de klank en de stemvastheid maakt dat minder uit dan vaak gedacht wordt.
Grappig: ook heel dure snaredrums hebben soms maar acht bouten per vel, omdat ze daar opener of breder door zouden gaan klinken. Een enkel merk heeft 10" toms met vijf in plaats van zes spanbouten per vel; dat is alleen even wennen met stemmen.

Chroom
Verchroomde spanranden en -bokken blijven bijna altijd langer mooi dan vergulde, en ook zwarte of anders gekleurde laagjes gaan meestal minder lang mee dan het keiharde chroom.

Snaredrums

De snaredrum is een van de twee belangrijkste trommels uit je set. Meestal is het ook de trommel met het meest herkenbare geluid. Veel drummers hebben daarom ook meer dan één snaredrum; bijvoorbeeld een diepe om rock mee te spelen, eentje met een fellere klank voor strakke funk, en een houten, beetje lossig klinkende trommel voor jazzy dingen.

Moeilijk
Snaredrums zijn moeilijker te maken dan toms of bassdrums. In beginnerssets is de snaredrum dan ook vaak de zwakste schakel. Vervang je zo'n trommel door een betere, dan lijkt het hele drumstel beter te gaan klinken.

Metaal
Veel snaredrums hebben een metalen ketel, en meestal is dat dan een stalen. Dat harde materiaal geeft de trommel een felle, heldere, duidelijk sprekende klank. Aluminium, messing (brass) en bronzen ketels zorgen vaak voor een iets zoeter, warmer geluid.

Hout
Het verschil tussen een houten en een metalen snaredrum is goed te horen. Houten trommels klinken veel `houtiger' (dat lijkt flauw, maar het is echt waar), warmer en vriendelijker. Hoe harder het hout, hoe feller de klank weer wordt. Sommige dure snaredrumketels worden uit één laag hout gemaakt, in plaats van uit laagjes. Een trommel met zo'n massieve ketel (solid shell) spreekt vaak heel makkelijk aan en heeft een heel brede, open klank.

Snarenmechaniek
Met het snarenmechaniek kan je de snaren tijdelijk `af' zetten; om de trommel even anders te laten klinken, maar ook om te voorkomen dat de snaren meezingen als de bassist een solo geeft, bijvoorbeeld. Met de draaiknop van het mechaniek is de spanning op de snarenmat in te stellen. Dat gaat het best als je die knop kan verdraaien terwijl de snaren `aan' staan.
Bij sommige snaredrums is ook de snaarhouder aan de andere kant (butt-end) in te stellen. Dat is vooral makkelijk om de snarenmat precies op de goede plaats te krijgen.

Met één hand
De eenvoudigste snarenmechaniekjes (throw-off strainers) zijn vaak de beste: hoe minder onderdelen er zijn, hoe minder er kan rammelen. Met een goed mechaniekje kan je de snaren bijna geluidloos tegen het ondervel laten komen, en je kan de snaren aan en af zetten zonder de trommel met je andere hand te moeten tegenhouden.

(Semi-)parallel
Bij een zogenaamd parallelmechaniek blijft de snarenmat onder spanning als hij `af' staat. Een van de voordelen van zo'n mechaniek, met een mat die buiten de ketel uitsteekt, is dat de snaren heel precies af te stellen zijn. Een van de nadelen is dat het vaak een nogal ingewikkeld systeem is, en meestal dus ook kwetsbaar. Je ziet ze nog maar op enkele dure trommels. Semi-parallelmechanieken, met net zo'n lange mat maar zonder het ingewikkelde systeem dat de snaren onder spanning houdt, zijn ook vrijwel verdwenen.

Spanboutjes
De mat wordt op z'n plaats gehouden met touwtjes of plastic strips. Bij sommige merken zitten die touwtjes of strips vast met boutjes die je met je stemsleutel los en vast kan draaien. Dat is makkelijker dan wanneer je daar weer een schroevendraaier voor moet gaan zoeken.

Snarenbed
Een snaredrum kan alleen strak en rammelvrij klinken als de snaren het ondervel over de hele lengte raken. Om daarvoor te zorgen zijn snaredrums aan de onderkant niet vlak. Dat zie je als je langs de mat naar de rand van de ketel kijkt, zoals op de tekening. De `uitholling, waar de snaren-mat over de rand loopt, heet het snarenbed. Door dat snarenbed komt het ondervel een beetje bol te staan, en daardoor liggen de snaren er beter tegenaan.

Superdun
Als je op een snaredrum slaat, springen de snaren heel even van het ondervel of snarenvel af, en meteen weer terug. Dat zorgt voor dat typische, korte, crispy geluid. Om de snaren goed te laten werken, is het snarenvel minder dan een tiende millimeter dik. Sla er dus nooit op. Vervang het ook nooit door een gewoon vel. Dat is name lijk al gauw drie (!) keer zo dik, en dan klinkt je snaredrum nergens meer naar.

De maatjes
De meest verkochte snaredrums hebben een 14" ketel en een diepte van tussen de 5" en 6,5". Met die maatjes kan je in bijna elke stijl en op elk volume terecht. Net als bij andere trommels zorgt een diepere snaredrumketel vooral voor een dieper geluid. Speel je heel zacht, of zoek je een strakke, heldere klank, dan ben je vaak het best uit met een 14x5 of 14x5,5, omdat die het makkelijkst aanspreken. Voor vette meppen ga je juist dieper, tot 14x8 aan toe. Alleen marstrommels zijn vaak nóg dieper.

Piccolo
Kleinere snaredrums worden meestal als tweede snaredrum gebruikt. Dan staan ze vaak aan de andere kant van de hi-hat. De enige kleinere snaredrums die nog wel eens op de plaats van de gewone snaredrum staan, zijn de zogenaamde piccolo's, met een ondiepe 13" ketel.

Hoger en feller
Wil je nog hoger en feller, dan zijn er ook zogenaamde sopraan- (12") en sopranino- (10") snaredrums te koop, en ze zijn er zelfs van 6" en 8" — maar dat zijn meer effecttrommeltjes. Ook kleine snaredrums zijn er in verschillende dieptes. Zoek je een hoge, strakke tik met een diepe klank? Probeer dan eens een diep kleintje, zoals een sopraan van 12x7.

Bassdrums

Omdat ze zo groot zijn, klinken bassdrums laag, maar ook lang. Dat laatste is niet de bedoeling, en daarom worden ze vrijwel altijd gedempt. Zo krijg je een stevige, lage dreun, en dat is de beste fundering voor veel muziek.

De maten
De 22x16 is al jarenlang het populairste maatje bassdrum. Met zo'n trommel kan je in allerlei stijlen goed uit de voeten. Jazzdrummers kiezen vaak voor een 18" bassdrum. Daartussenin zit nog de 20", met wat meer laag dan een jazzbassdrum, maar een meer gerichte klank dan een groter model. Wil je echt lage dreunen, dan kan je in sommige series ook voor een 24" kiezen, en een heel enkele serie heeft zelfs een 26" te bieden.

Bassdrumdiep
Vroeger waren alle bassdrums 14" diep. Nu zit er bij bijna elke set een powerbassdrum met een keteldiepte van 16" of zelfs meer, tot 20" aan toe.

Spanranden
Heel goedkope sets hebben vaak bassdrums met holle, metalen spanranden, waar je een speciaal rubbertje in moet plakken om het pedaal goed vast te kunnen zetten. Op iets duurdere bassdrums zitten soms kunststof spanranden, en steeds vaker ook houten. Houten randen, in een kleurloze lak of in dezelfde kleur als de ketels, zien er vaak mooier uit en ze maken de klank iets warmer, maar ze zijn een stuk kwetsbaarder dan metalen of kunststof randen.

Spanklauwen
Vooral de spanklauwen, waarmee de rand aangetrokken wordt, beschadigen de lak van houten randen vaak snel. Slechts een enkel duur merk bekleedt die klauwen aan de binnenkant met een dun laagje vilt of kunststof. Kan je zelf ook doen, natuurlijk. Kunststof spanranden hebben meestal geen klauwen. De spanbouten draaien dan in 'oortjes', net als bij spanranden voor toms en snaredrums.

Spanbouten
De vleugelspanbouten (T-rods) waar bassdrums altijd mee gestemd werden, hebben bij de meeste merken plaats gemaakt voor gewone spanbouten. Dat ziet er strakker uit en ze nemen minder plaats in. Met vleugelspanbouten is het wel makkelijker om je bassdrum even bij te stemmen, bijvoorbeeld om hem voor een of twee nummers iets korter, iets lager, iets langer of iets hoger te laten klinken.

Sporen
Om te voorkomen dat een bassdrum omrolt of wegschuift, zitten er sporen onder. Die zien er vaak ingewikkelder en massiever uit dan echt nodig is. De hoogte stel je meestal maar één keer in, dus ook allerlei slimme `geheugenstreepjes' zijn eigenlijk overbodig. Voor extra houvast op houten vloeren, zeil en tapijt kan je de rubber dop bij de meeste sporen wegdraaien; dan komt er een scherpe metalen punt te voorschijn. Bij het ene merk gaat dat makkelijker dan bij het andere. Verder is het vooral belangrijk dat je de sporen makkelijk kan in- en uitklappen.

Erop of ernaast
Bij de meeste drumstellen staan de twee kleine toms op de bassdrum, maar je kan ze ook aan een bekkenstandaard of een drumrack hangen . Dat zie je vooral bij dure sets. Volgens sommige experts gaat de bassdrum zonder toms erop beter klinken. Omdat bassdrums meestal sterk gedempt worden, is dat verschil vaak niet zo groot. Belangrijker is dat de bassdrums van die dure sets soms zo dun zijn dat het extra gewicht de ketel zou kunnen vervormen.

Toms

Toms zijn er in talloze maten. Hangende toms heb je van 6" tot 16", en staande toms van 13" tot 18". Die kleinste en grootste maten kom je alleen in duurdere, heel uitgebreide series tegen, en een heel enkele keer zie je nog andere maten.

Dieptematen
Ook in de diepte zijn er allerlei verschillen. Zo kan je bij sommige series en merken kiezen uit toms in drie of meer dieptes, maar er zijn er nog meer. De 12" als voorbeeld:
  • Jarenlang waren alle 12" toms 8" diep. Deze ondiepe toms worden vaak nog de standaardmaat genoemd, net als de 10x8 en de 13x9.
  • De meest gebruikte 12" toms zijn een stuk dieper. Deze powertoms meten meestal 12x10 en soms 12x11.
  • Tussen de powertoms en de standaardtoms kwamen er later toms in het tussenmaatje 12x9. De meeste fabrikanten geven die maatjes een naam waaraan je al hoort dat ze `snel' aanspreken (FAST, Quick). Tip: die toms zijn inderdaad sneller dan de powertoms waar iedereen aan gewend is, maar minder snel dan de oude standaardtoms — die overigens langzaam weer populairder worden.
  • Eind jaren negentig kwamen er drumsets met heel ondiepe ketels, zoals een 12x5 tom en een 10" of nog ondiepere bassdrum. Deze sets zijn soms voor bepaalde muziekstijlen bedoeld (drum `n' bass, bijvoorbeeld) en soms ook gewoon om ze makkelijker te kunnen meenemen.
  • Je ziet ze nog maar heel weinig, maar er bestaan ook toms in vierkante maten: dan is een 12" tom ook 12" diep.

Floortoms
Floortoms hebben bijna altijd vierkante maten. De 16x16 is de meest gebruikte. Jazzdrummers kiezen vaak voor een 14x14. Floortoms met een 18" vel zijn meestal 16" diep, anders zouden ze veel te traag zijn. Net als toms zijn er ook floortoms in `snelle maatjes, zoals de 16x13. Hangende floortoms zijn ook minder diep: 15x12 en 14x11, bijvoorbeeld.

Groot of strak
Drummers die een grote, vette, ronde sound zoeken, gebruiken vaak grotere toms met diepere ketels. Voor een helder, strak, gericht, duidelijk en sneller geluid kan je beter kleinere, minder diepe trommels kiezen.

Groter, maar hoger
Hoe hoog, vet, strak of groot een trommel klinkt, hangt ook af van hoe je hem stemt. Een heel hoog gestemde 14" klinkt niet alleen hoger, maar ook helderder en puntiger dan een laag gestemde 12" bijvoorbeeld. Zo kan de 14" floortom van een jazzdrummer een stuk helderder en hoger klinken dan de vet laag gestemde 12" van een rockdrummer.

Tomhouders

Veel tomhouders bestaan uit twee keer twee buizen met een scharnier (tilter) in het midden. De buizen steken dan vaak een klein stukje in de trommels. Andere houders hebben één grote centrale buis, met daarbovenop twee rechte of L-vormige tomarmpjes, waar de toms aan bevestigd worden.

Allemaal goed
Slechte tomhouders zijn er eigenlijk niet. Het belangrijkste verschil is dat de tilters bij goedkopere series vaak in elkaar grijpende tandjes hebben. Duurdere tomhouders hebben die tandjes niet. Zo'n tandloze tilter is traploos in te stellen — precies in de stand die je zoekt.
Kogelscharnieren werken altijd traploos, en je hoeft maar één vleugelbout los te draaien om de trommel in alle richtingen te kunnen bewegen.

Borgklemmen
Vrijwel alle tomhouders hebben kleine klemmetjes op de buizen en de tomarmpjes. Deze borgklemmen, memory locks of key locks onthouden hoe hoog en hoe schuin je je trommels altijd ophangt. Ze zorgen er ook voor dat alles wat stabieler staat. Sommige tomhouders hebben zeskantige tomarmpjes. Die doen deels hetzelfde: ze voorkomen dat een trommel wegdraait.

Korter en dunner
Je hebt het misschien wel eens gemerkt: je stemt een trommel zodat hij zo lang en zo vol mogelijk klinkt. Dan hang je hem aan de tomhouder, en opeens wordt de klank een stuk korter en dunner. Wat er gebeurt, is dat een groot deel van het geluid via de rozet verdwijnt in het zware metaal van de tomhouder.

De oplossing
Begin jaren tachtig kwam de Amerikaan Gary Gauger met een oplossing voor dit probleem. Met zijn RIMS werden de toms in rubber aan de spanbouten opgehangen. Door die isolerende rubbers blijven trommels ook voluit klinken als ze aan de tomhouder hangen. Dit geïsoleerde ophangsysteem, dat op vrijwel elk merk drums te monteren is, wordt al een paar jaar door allerlei fabrikanten aangeboden.

Eigen systemen
Andere merken kwamen met eigen systemen om de toms geïsoleerd op te hangen, bijvoorbeeld door de tomrozet te monteren op een metalen plaat die aan twee spanbokken vastzit, of op een plaat die aan de spanrand geklemd wordt.

Geen last
Nog een voordeel van een geïsoleerde ophanging: de ene tom beïnvloedt de klank van de andere niet meer. Bij een gewone ophanging gebeurt dat nog wel eens. Dan klinkt de 12" tom bijvoorbeeld opeens een stuk minder (en soms ook beter...) als je de 13" ook aan de tomhouder hangt.

Luistertips

Als je zo ongeveer weet wat je zoekt, welke maten je wilt hebben en hoeveel je uit kan geven, wordt het tijd om te gaan luisteren. Daar kan je natuurlijk ook mee beginnen. Dik kans dat je oren je precies vertellen wat je zoekt.

Dezelfde vellen
De klank van een trommel wordt vooral bepaald door de vellen die erop zitten. Zit er op de ene trommel een dun, helder klinkend slagvel, en op de andere een d hoor je alleen maar hoe verschillend die vellen klinken. Over de trommels zegt dat niets. Om trommels met je oren te kunnen beoordelen, moeten er dus dezelfde vellen op zitten, of in elk geval vellen van eenzelfde type.

De goede vellen
Je hoort het best wat de trommels doen als er professionele, enkellaags medium-vellen op zitten. Met dubbellaags vellen of andere gedempte vellen gaat elke trommel meer op de volgende lijken. Tip: op goedkope sets zitten meestal goedkope vellen. Zelfs als je alleen de goedkope vellen door professionele vellen vervangt, gaat de klank al met sprongen vooruit.

Even hoog
Ook moeten de trommels die je vergelijkt goed en even hoog gestemd zijn. Het is heel makkelijk om een drumstel beter te laten klinken dan een superdure alleen maar door die goedkope heel goed en die dure niet te stemmen.

Stembereik
Als dat mogelijk is, stem de set die je wilt beluisteren dan precies zoals je wilt dat hij gaat klinken, en luister of alle trommels zo hoog of laag gestemd kunnen worden als jij ze wilt hebben. De ene trommel heeft een groter stembereik dan de andere. Speel je veel verschillende stijlen, dan kan zo'n groot stembereik erg prettig zijn.

Attack, toon en respons
Drie andere dingen om naar te luisteren: de toon en de respons. De attack is het geluid van de klap zelf; de toon komt daarna. Sommige drums hebben een sterkere attack, bij andere komt juist de toon wat duidelijker naar voren. Die toon moet zo lang mogelijk kunnen klinken. Dat wordt vaak sustain (toonduur) genoemd. Een te lange toon kan je altijd korter maken; andersom lukt niet. Een trommel die snel aanspreekt (snelle respons), laat ook als je zacht spelt alles horen wat hij in zich heeft. Diepere trommels doen dat meestal niet. Hoe minder diep de trommel, hoe sneller hij aanspreekt.

De hele set
Alleen als je de complete set beluistert, kan je horen of het drumstel ook als één instrument kan klinken. Luister liefst ook op een afstandje, met een andere drummer. Ben je enthousiast, maar blijft de bassdrum wat achter? Dat kan ook aan die ene trommel liggen: probeer eens een ander exemplaar van dezelfde serie en maat. Wil de snaredrum niet mee? Kies er dan een andere bij; eentje van een ander merk, een andere serie, een andere maat, of juist een ander exemplaar van dezelfde trommel. Er zijn geen twee 'precies dezelfde' trommels die `precies hetzelfde' klinken.

Rijker
Met goede vellen kan zelfs een goedkoop drumstel indrukwekkend klinken. Waarom dan meer geld uitgeven? Hoe vaker je luistert, hoe beter je dat leert horen. Duurdere sets hebben, simpel gezegd, vaak een `rijkere' klank: er zit meer hoog, laag en midden in de klank. Hoe beter de balans daarin is, hoe muzikaler de set klinkt. Met alleen veel hoog krijg je een dun geluid; alleen veel laag klinkt al snel duf en modderig. De klank van duurdere trommels draagt meestal verder, en ze lijken ook vaak meer te'spreken'. Ze klinken duidelijker, en zelfs in de snelste roffels kan je nog precies horen wat je doet.

Smaak
Verder komt het vooral op smaak aan. In elke prijsklasse vind je drums die wat warmer of juist wat helderder klinken, ronder of puntiger, of vetter, transparanter of slanker — enzovoort. Er bestaan geen `typische' jazztrommels of rockdrums. In welke muziek een drumstel goed klinkt, hangt eigenlijk alleen af van de maten van de trommels, de vellen die erop zitten en de stemming.

Niet te lang
Als je een kwartier op allerlei trommels hebt geslagen, hoor je nauwelijks nog wat je doet. Neem even pauze, of kom een dag of wat later nog eens terug. Nog zo'n tip: speel niet op tien verschillende trommels achter elkaar. Ga je bijvoorbeeld een snaredrum uitzoeken, pak er dan drie die in aanmerking komen. Stem ze goed en zo gelijk mogelijk. Speel erop. Vervang de minst mooie door een andere. Enzovoort.

Indrukwekkend
Nog een tip tot slot: de ene winkel klinkt anders dan de andere, en in een ruimte met veel steen en veel andere trommels klinkt alles indrukwekkender dan wanneer je in een sterk gedempte testcabine gaat zitten. Teleurstellingen voorkomen? Neem een trommel mee waarvan je weet hoe hij klinkt; dan hoor je makkelijker of de akoestiek van de winkel het geluid mooier (of minder mooi) maakt.

Tweedehands

Koop je tweedehands drums, dan zijn er nog een paar dingen om speciaal op te letten.
  • Kijk of alles compleet is. Bij oude bassdrums willen bijvoorbeeld het voorvel en de spanrand nogal eens ontbreken. Ontbrekende spanbouten zijn meestal makkelijk bij te kopen.
  • Voel of alle spanbouten soepel draaien. Doen ze dat niet? Dat kán de bedoeling zijn, als er anti-terugloopinzetjes in de spanbokken zitten.
  • Probeer of alle trommels goed klinkend te krijgen zijn, en controleer eventueel alle ketels: zijn ze rond, zijn de randen vlak en egaal, en zitten er geen scheuren of barsten in?
  • Krassen en andere (lak)schade zie je vooral op de (houten) bassdrumranden en op de kleinste tom; vaak staat de snaredrum daartegenaan te stoten.
  • Bekijk spanbokjes en spanranden op roest. Vervangen is duur.
  • Oudere drumstellen zijn meestal niet meer uit te breiden: trommels in dezelfde kleur en met dezelfde spanbokken worden vaak na een paar jaar al niet meer gemaakt.
  • De huismoeren in de spanbokjes worden bij oude sets nog wel met veren op hun plaats gehouden, in plaats van met kunststof inzetjes.
  • Als die veren meezingen, kan je kleine stukjes schuimplastic in alle bokjes zetten.

Nog twee dingen om op te letten bij oudere drumstellen: soms hebben de toms alleen een slagvel. Zulke kort en vlak klinkende concerttoms worden door drummers bijna niet meer gebruikt. Iets anders: oude Europese sets hebben soms trommels met afwijkende ketelmaten. Passende vellen zijn vaak lastig te krijgen.
Net als veel andere muzikanten zijn er ook drummers die liefst op oude, `klassieke' instrumenten spelen, en voor zulke vintage spullen wordt soms flink betaald. Als het om drumsets gaat, zijn de oude jazzsets van Gretsch het bekendste voorbeeld. Bekende oude snaredrums zijn bijvoorbeeld de Ludwig Black Beauty en de massief houten Slingerland Radio King. Al deze instrumenten worden ook nog steeds nieuw gemaakt.
© 2009 - 2010 Guy1962, gepubliceerd in Instrumenten (Muziek en Film) op 02-03-2009, laatst gewijzigd op 04-09-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guy1962 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Drumtips voor beginners: goede trommels"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.