Geschiedenis Documentaire en Documentaire Filmer

Ontwikkeling documentaire films

Ontwikkeling documentaire films

Van het eerste begin af hebben films ook voor andere doeleinden gediend dan alleen tot vermaak. Zo filmde al voor 1900 een Franse geleerde ziektekiemen en bacteriën om hun gedragspatronen als door een grote microscoop te laten zien. In dit artikel van de special over de geschiedenis van de film wordt ingegaan op de ontwikkeling van de documentaire. Hierin speelt ons land ook een rol met buiten onze grenzen beroemd geworden filmers als Bert Haanstra en Joris Ivens.


Voorlopers van de documentaire

De vroegste films, vertoond in music halls en op kermissen, waren geen fantasie. Men kan ze geen van alle eigenlijke documentaires noemen, omdat ze de extra dimensie van interpretaties en dramatische opbouw misten, die nu verwacht worden van documentaires en daar een belangrijk onderdeel van zijn. Eén van de eerste echte filmdocumentaires werd gemaakt door Robert Flaherty. Als jongen had hij enige jaren met zijn vader in de Noord-Amerikaanse wouden gewoond onder de Chippewa-indianen. Hij was geboeid en verbaasd over het feit dat mensen uit diverse culturen in wezen zo weinig verschilden. In 1920 begon hij zijn speurtochten met de camera. Zijn eerste en meest bekende documentaire, Nanook of the North (1922), was een verslag van de dagelijkse strijd om het bestaan van een Eskimo-gezin in de ijzige poolstreken van Noord-Canada. Die film erkent men nu als de eerste documentaire, al werd hij toen niet zo genoemd. Flaherty paste geen trucage toe, maar gebruikte zijn camera om kleine details, die het menselijk oog vaak nauwelijks opmerkt, vast te leggen en te verklaren.

In 1929 ging Flaherty in Engeland samenwerken met Grierson. Deze had de Empire Marketing Board Film Unit opgericht en daarom heen vormde zich een 'documentaire beweging' van mensen die meenden dat de film een educatieve taak had en de rechten en plichten van de mens in een democratie moest belichten. Zij streefden naar, zoals Grierson zei, 'een creatieve houding jegens de werkelijkheid', om het leven in hun milieu als kustenaars weer te geven. Grierson realiseerde deze combinatie schitterend in zijn eigen film The Drifters (1929), over de haringvisserij op de Noordzee.

In de eerstvolgende tien jaar werden de Engelse documentaires wereldberoemd. In de Tweede Wereldoorlog maakten de filmers in Engeland deskundig gebruik van hun talenten om in eigen land de moed erin te houden en elders sympathie te wekken.

Joris Ivens en Bert Haanstra

Eén van de eerste toonaangevende documentairefilmers in ons land is ongetwijfeld Joris Ivens (1898-1989). Bekende en ook internationaal gewaardeerde documentaires van zijn hand zijn o.a. De brug (1927) en Regen (1929), beide goed geobserveerde en vervaardigde films over een klein onderwerp. Spaanse aarde uit 1936 had de Spaanse Burgeroorlog tot onderwerp. Ivens heeft in Nederland nooit de waardering gekregen die hij verdiende. Dat had te maken met zijn openlijke steun voor de onafhankelijkheid van Indonesië ten tijde van de politionele acties van de Nederlandse regering, die het eilandenrijk als kolonie wilde behouden. De afloop is bekend. Ook oogste hij bij het politieke establishment in ons land afkeuring wegens zijn steun aan de Vietnamese (communistische) bevrijdingsbeweging en anti-Amerikaanse houding ten tijde van de Vietnamoorlog.

Een latere tijdgenoot en in ons land meer gewaardeerde en onder een breder publiek bekendere documentairefilmer was Bert Haanstra (1916-1997). Eén van zijn bekendste documentaires is Glas uit 1958, gefilmd in de glasfabriek te Leerdam. Hiervoor ontving Haanstra een film-oscar. Ook bekend werden Alleman (1963) en Bij de beesten af (1972). Hij regisserde ook speelfilms. Op dat gebied liep Nederland lange tijd achter op het buitenland. Pas de laatste decennia is de speelfilmindustrie goed van de grond gekomen met wat incidentele, internationale successen. Documentaires vervullen nu allerlei taken in educatieve en wetenschappelijke zin, voor reclame- en propagandadoeleinden en zelfs voor bedrijfstrainingen.

TV-documentaires

De documentairefilmer is nu vaak de belangrijkste leverancier van televisieprogramma's. Er zijn tal van verschillen tussen het medium film en tv, maar documentairefilms zijn op het tv-scherm en in de bioscoop of filmhuizen even goed op hun plaats. Hun waarde, zij het voor een beperkt en geïnteresseerd publiek, wordt bewezen door de toonaangevende festivals zoals het IDFA dat jaarlijks in ons land wordt gehouden. Regelmatig vallen Nederlandse cineasten op dit terrein internationaal in de prijzen. Nieuwste varianten in dit genre zijn de zgn. docu-drama's en docu-soaps waarin mensen in bepaalde omstandigheden een tijdlang worden gevolgd.
© 2008 - 2009 Staal, gepubliceerd in Film en Video (Muziek en Film) op 22-01-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Ontwikkeling documentaire films"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.