Muziekstromen en Rassenscheiding

De jazzrage, bijdrage aan emancipatie Afro-Amerikanen?

In de Verenigde Staten van Amerika kwam in de jaren twintig van de vorige eeuw een heuse jazzrage op gang. Na een periode waarin vooral de klassieke muziek in al haar verschillende vormen een prominente plaats had gehad in het wereldbeeld van de Amerikaan, was het nu de beurt aan de afstammelingen van slaven zich te laten horen. De jazz kreeg de kans zich te ontwikkelen tot een volwaardige muziekstroming.


Begin jaren twintig van de vorige eeuw deed de jazz haar intrede in de wereld van de 'grote' muziek. De afstammelingen van negroïde slaven hadden de dringende behoefte zich te profileren en een eigen cultuur op te zetten. In de jaren daarvoor was de 'neger' als slaaf te werk gesteld geweest op de katoen- en tabaksplantages en het was een vooruitgang dat die slavernij was afgeschaft. De neger kreeg meer vrijheid, hoewel de rassenscheiding in de praktijk nog vele jaren voortduurde. De Afro-Amerikaanse bevolking kreeg de kans zich te huisvesten en tegen een 'redelijk' loon te werken. Deze betrekkelijke autonomie resulteerde in een hang naar een eigen cultuur. Afro-Amerikanen kwamen bij elkaar om hun eerste muziek te maken, de blues was geboren. Omdat de eerste artiesten kampten met een enorm tekort aan financiële middelen, werd de eerste blues gespeeld op primitieve, zelfgemaakte instrumenten. Muzikanten traden op, veelal voor een zwart publiek. Omdat de Afro-Amerikanen blij waren dat ze een eerste stap gezet hadden in de richting van een zelfstandige cultuur, konden de artiesten zich verheugen in een buitengewone belangstelling en het aanbod in muziek groeide enorm. Veel muzikanten traden dagelijks op en gingen van de muziek leven. Veel ander werk was er niet voor deze bevolkingsgroep, dus een bestaan als muzikant was bittere noodzaak. Al snel konden ze wat geld gaan sparen teneinde een professioneel instrument aan te schaffen. Met die nieuwe instrumenten kwamen de eerste pioniers naar voren. Zij braken uit de sleur van de blues en stelden zichzelf in staat een nieuw genre te ontdekken. Eén van deze pioniers was Duke Ellington, die in het begin van de jaren twintig expirimenteerde met jazz. Later zou hij uitgroeien tot de grootste jazzpianist en bandleider in de Amerikaanse muziekgeschiedenis.

Binnen vijf jaar na Duke Ellington (in die tijd speelde Count Basie ook al een rol in de muziek, evenals Fats Waller) groeide de jazz uit tot een zelfstandig genre, dat veel polulariteit genoot van vooral zwarte Amerikanen. Men formeerde groepen en veel muzikanten hadden een druk podiumbestaan. Dat podiumbestaan was voor de zwarte artiest niet gemakkelijk. In die tijden heerste in Amerika op veel plaatsen een strenge rassenscheiding. Die rassenscheiding gold voor iedereen, voor de artiest werd geen uitzondering gemaakt. Een zwarte artiest mocht niet in het openbaar optreden, ook niet in gezelschap van blanken. Een schrijnend voorbeeld is het voorbeeld van Benny Goodman, de oprichter van het Benny Goodman Quartette. In de tweede helft van de jaren dertig was hij druk bezig met het creeëren van een ideale formatie voor een concerttournee. Hij was van mening dat de talentvolle vibrafonist (die toen al een behoorlijke tijd meedraaide in de jazzsene) mee moest doen, een talent als hij kon eigenlijk niet gemist worden in een band. Van 1940 tot zijn dood in 1942 speelde de jazzgitarist Charlie Christian mee in het Benny Goodman Quartette, dat verder bestond uit Teddy Wilson en Gene Krupa. Christian en Hampton waren zwarte artiesten en het was een groot voordeel dat Goodman met zijn 'Quartette' niet door de Zuidelijke Staten van de USA hoefde te touren. In die staten heerste namelijk een zeer strenge rassenscheiding en de band was onherroepelijk gearresteerd als hij had opgetreden. Dit voorbeeld is een illustratie van de ongelijkheid en artistieke beperking waarmee jazzmusici te maken kregen.

Een aantal jaren later was de situatie niet veel beter. Ben Webster werd uitgescholden, Sonny Rollins kreeg een afwijzing voor een appartement in New York omdat zwarten geen appartement mochten huren. Zwarte artiesten mochten niet in het hotel slapen waar ze hadden opgetreden, maar waren gedwongen hun eigen caravan mee te nemen.

Aan de hand van het voorgaande kunnen we constateren dat we op de vraag die in de titel staat ontkennend moeten antwoorden. In de tijd dat de jazzrage op zijn grootst was, werd de zwarte artiest nog onderdrukt en onderbetaald. De emancipatie van Afro-Amerikanen is niet bevorderd door de jazzrage, misschien is het tegendeel zelfs waar. Tegenwoordig zien we een gelijkheid ontstaan tussen blanke en zwarte artiesten, maar die ontwikkeling komt te laat voor de talloze zwarte jazzmusici die de jazz groot hebben gemaakt.
© 2006 - 2010 Gerry, gepubliceerd in Muziekstromen (Muziek en Film) op 02-12-2006. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Gerry is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De jazzrage, bijdrage aan emancipatie Afro-Amerikanen?"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.