Algemene geschiedenis van de muziek: Barok

Algemene geschiedenis van de muziek: Barok

Een belangrijke muzikale vernieuwing in de Barok ten opzichte van de Renaissance is het ontstaan van de opera. Door het enorme succes werden overal in Europa operagebouwen gebouwd. De kerkmuziek wordt steeds groter en meeslepender, en maakt ook handig gebruik van de opera. Ook het gebruik van instrumenten heeft een explosieve toename in de Barok

Opera

Rond 1600 probeert een groepje componisten en tekstschrijvers uit Florence een theater te maken zoals volgens hen de Oude Grieken het deden. Hierdoor ontstaat de opera, een gezongen toneelstuk. In een opera wordt geacteerd en zijn er decors. Belangrijk punt is dat de zang zuiver en verstaanbaar is zodat het begrijpelijk is voor het publiek. De polyfone vocale muziek uit de Renaissance niet bepaald verstaanbare muziek, omdat iedereen door elkaar heen zingt, dus verzint het groepje iets nieuws; het recitatief. Recitatief is een soort zingend spreken. Ëén zanger draagt de melodie voor, die met een eenvoudige begeleiding ondersteund wordt. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan met een klavecimbel (voorloper van de piano) en een luit (voorloper van de gitaar). Alleen de melodie- en baslijn worden opgeschreven. De piano of luit speelt boven de baslijn de volledige akkoorden. Een cello of gamba geeft extra ondersteuning aan de baslijn. Deze manier van begeleiden heet basso continuo. Het recitatief ook een belangrijke muzikale vernieuwing, omdat er nu veel meer vanuit akkoorden wordt gedacht. Majeur en mineur worden overheersende toonladders, die we nu nog bijna altijd gebruiken. De eerste opera die bewaard is gebleven is Orfeo van Monteverdi. Het stuk gaat in première aan het hof van Mantua in 1607. De eerste opera’s worden vooral geschreven voor de adel, maar er blijkt een veel groter publiek te zijn voor deze muzikale spektakels en wordt zo dus een hype in de 17e eeuw. In deze periode wordt de opera meer gezien als een gezellig avondje uit. Er wordt dus tijdens de opera veel gepraat en gelachen.
Monteverdi, schrijver van de wereldberoemde opera Orfeo
Monteverdi, schrijver van de wereldberoemde opera Orfeo
Een opera bestaat uit een opeenvolging van korte ‘nummers’. Een ouverture, veel aria’s en recitatieven en enkele koorstukken. Een opera uit de Barok kan soms uit meer dan honderd nummers bestaan.
Een ouverture is de instrumentale opening van de opera. Deze begint langzaam en statig.
Bij het recitatief is de muziek ondergeschikt aan de tekst en heeft het alleen een begeleidende functie. Hier wordt het verhaal verteld of vindt een handeling plaats. Een recitatief wordt secco (droog) genoemd als er alleen een begeleiding is van akkoorden. Als er meerdere instrumenten meespelen (bijvoorbeeld violen), dan wordt dat accompagnato (begeleid) genoemd.
Een aria is een lied. Het wordt gezien als de muzikaal belangrijkste stukjes uit de opera. Eeen aria bestaat meestal uit twee gedeelten die contrasteren: een A-gedeelte en een B-gedeelte. Aan het eind zingt de zanger het A gedeelte nog eens, maar dan met veel zelfbedachte versieringen. Deze vorm ziet er in letterschema als volgt uit A-B-A’ dit noemen we da capo-aria.
Het koor weerspiegelt en antwoordt op alles wat er op het podium gebeurt. Ze zijn als het ware omstanders in het stuk en reageren overal op. Ze hebben overal een mening bij en een bepaalde gevoelsuiting (blij, boos, bedroefd, enz.).

Vocale muziek in de kerk

Waarom moet het alleen over Griekse mythes gaan als het ook over Bijbelse verhalen kan gaan? Als je de muziek op dezelfde manier wegzet als de opera en de teksten en het verhaal door een christelijke heb je goud! Zo maakt de kerk handig gebruik van de opera en zijn populariteit. De kerkdiensten worden er levendiger door en het geloof van de kerkgangers krijgt een flinke stimulans. Het oratorium (gezongen Bijbelverhaal) heeft dezelfde onderdelen als de opera. Het verschil is dat er niet in geacteerd mag worden en er geen decors zijn, dat leidt teveel af van de diepere betekenis.
Een passie is een specifiek Bijbelverhaal in het oratorium, het gaat namelijk over het lijden en stervus van Jezus aan het kruis. Een bekende componist die passies schreef was Johann Sebastian Bach.
Een cantante is een korter vocaal werk. De lengte, een klein halfuur, is geschikt voor een gewone kerkdienst.

Instrumentale muziek

Instrumentale muziek wordt in de Barok net zo belangrijk als de vocale muziek. Dit in tegenstelling met wat we zien in de Renaissance, waar instrumentale muziek als slappe aftreksels werden gezien van het ‘goddelijke instrument’ (de stem) en Middeleeuwen, waar het gebruik van instrumenten al helemaal als zonde werd gezien. Een belangrijke stad in de muziekgeschiedenis over de emancipatie van de instrumentale muziek is Venetië, die enorme hoeveelheden geld pompen in het muziekleven. Het kan allemaal maar niet indrukwekkende en groots genoeg zijn. Op het Venitiaanse San Marco plein worden grote koren op verschillende hoeken van het plein gezet. Zij zingen beurtelings, dan weer tegelijk, dan weer elkaar snel afwisselend. Dit geeft een spectaculair stereo-effect, met veel klanktegenstellingen. Om alles nog overweldigender, grootser, indrukwekkender, noem het maar op, te maken worden ook instrumenten ingezet, die met de zangers meespelen. Later krijgen de instrumenten een zelfstandige rol.
Een klavecimbel
Een klavecimbel
De triosante is een voorbeeld van instrumentale muziek voor kleinere ensembles. Dit stuk is bedoeld voor twee violen met basso continuobegeleiding (klavecimbel en cello. Een ander kenmerk van de barokmuziek is voortspinning. Hierin lijkt vanuit een beginmotief als vanzelf een ononderbroken stroom muziek te ontstaan, met veel motiefherhalingen en sequensen en met weinig rustpunten. In de melodie zitten ook vaak geïmproviseerde versieringen, deze zijn bedoeld om de melodie expressief te maken.
De manier waarop de ensembles samengesteld worden is in de Barok nog niet zo professioneel. De ensembles bestaan vaak uit instrumenten die min of meer toevallig voorhanen zijn op de plaats van de uitvoering. Dit houdt in dat de componist het maar moet doen met wat hem aangeboden wordt. Langzaam komt er toch een vorm van een standaardisatie om een beetje een balans te krijgen in de klank. Standaard is een groepje strijkinstrumenten (viool, altviool, cello) meervoudig bezet. Verder zijn er enkele houtblazers: twee fluiten of twee hobo’s, soms ook een fagot dals lage houtblazer. Bij een luider gedeelte in een compositie worden koperblazers ingezet. Denk aan hoorns of trompetten. Die kunnen deze stukjes meer power geven. Bij feestelijke composities worden soms pauken aan het ensemble toegevoegd.

Concerten

Rond het begin van de achttiende eeuw worden concerten gevormd. Het idee om twee groepen tegenover elkaar te plaatsen en ze een muzikale strijd te laten voeren is erg populair. Uiteindelijk ontstaat hieruit het soloconcert, waarbij een solist tegenover een orkest wordt geplaatst. Een tussenvorm is het concerto grosso. Hierbij is er niet één solist, maar een klein groepje van 3 of 4 solisten die tegenover een orkest moeten spelen. De kleine groep noemen we concertino en het groter ensemble noemen we tutti.
Het meerkorig concert bestaat uit twee of drie groepen instrumenten die tegenover elkaar geplaatst worden. De groepen zijn verdeeld over lage en hoge instrumenten, hierdoor krijg je een duidelijke klanktegenstelling.
Vivaldi, een van de grootste componisten uit de Barok
Vivaldi, een van de grootste componisten uit de Barok
Alle genoemde typen concerten hebben een gemeenschappelijk kenmerk, namelijk dat ze klanktegenstellingen van de tegenover elkaar staande groepen uitbuiten. De tegenstelling hard en zacht, ofwel piano en forte wordt hierin veel gebruikt. Dit noemen we terassendynamiek. Het soloconcert is in de 18e eeuw razend populair. Het bestaat uit dirie los van elkaar staande delen die contrasteren in tempo. Het eerste deel is allegro (snel) het tweede adagio (langzaam) een het derde is weer allegro, soms zelfs presto (zeer snel). De toonsoort van de delen is hetzelfde. Zo’n beetje alle componisten uit de late Barok schrijven concerten, maar niemand schrijft er zoveel als Antonio Vivaldi. Hij heeft er meer dan vijfhonderd gecomponeerd. Bedenk bij het componeren van deze concerten dat het niet uit plezier of voor de eeuwige roem was. De levensduur was hooguit een seizoen, maar vaak niet langer dan een dag. Alles werd gecomponeerd voor een bepaalde gelegenheid en voor een bepaalde groep musici.

Suite

Een suite is een samenvoegsel van de populairste dansnummers uit een concert. Deze suites voor orkest worden overal gespeeld en veelvuldig geïmiteerd door andere componist en. De meeste orkestsuites beginnen met een ouverture, net als in de opera, hierna volgt een serie dansen. Suites worden ook geschreven voor solo-instrumenten, vooral voor het klavecimbel. De bedoeling is dan niet de mensen te laten dansen op een solo-suite. Het ritmische karakter van de dansmuziek inspireert componisten tot het schrijven van luchtige, vrolijke ‘achtergrondmuziek’ of echte ‘luistermuziek’. Deze suites hebben een vaste volgorde van vier dansen, let hierbij op het internationale karakter van het viertal.
  • Allemande: langzaam, in tweedelige maat (Duits)
  • Courante: snel, in driedelige maat (Frans)
  • Sarabande: langzaam in driedelige maat (Spaans)
  • Gigue: snel in 6/8 of 12/8 maat (Engels)

Andere dansen die op een zeker moment populair worden, worden later toegevoegd aan dit rijtje van vier, zoals de gavotte (2/4 maat) en menuet (3/4 maat).

Andere vormen

De polyfonie is aan het begin van de Barok op een zijspoor gezet, voornamelijk door de uitvinding van het recitatief. De polyfone muziek is ondanks het recitatief nooit echt verdwenen. Vooral in instrumentale stukken voor orgel en klavecimbel blijft de polyfone verwerking van melodieën heel gebruikelijk.

De fuga is een drie- of vierstemmig stuk (instrumentaal, niet vocaal). In een fuga moet de polyfone schrijfwijze aan strenge regels voldoen. Het begint met een eenstemmig fugathema. Het thema wordt ‘beantwoord’ door een tweede stem, die hetzelfde thema speelt maar dan een kwint hoger. Ondertussen speelt de eerste stem een tegenmelodie. Als alles temmen het thema een keer gespeeld hebben, is de expositie van de fuga afgelopen. Daarna kan de componist het thema in alle stemmen laten terugkomen en op allerlei manieren verwerken. Dit kan bijvoorbeeld door het in langere notenwaarden te spelen, of het in een andere toonsoort te spelen. Ook kan de strettotechniek worden toegepast, hierin worden de inzetten van het thema zo snel achter elkaar komen dat ze elkaar overlappen. Soms heb je een stukje waarbij het thema in geen enkele stem gespeeld wordt. Dit noemen we een tussenspel. Een fuga eindigt vaak met een orgelpunt, ofwel een lang aanhoudende bastoon. In de late Barok wordt de fuga erg populair. Bach wordt als de meester beschouwd van de fuga. Hij componeerde er velen voor orgel en klavecimbel. Ook in concerten en koorstukken duikt de fuga veel op.
De ostinate bas wordt veel gebruikt in composities uit de Barok. Het werkt volgens een heel simpel principe: er wordt een eenvoudige baslijn gespeeld van enkele maten en die wordt de hele tijd herhaald. Boven deze ostinate bas zijn allerlei melodieën te bedenken. Je krijgt dan een reeks variaties boven een thema in de bas.

Lees verder

© 2011 - 2012 Martijnw, gepubliceerd in Muziekstromen (Muziek en Film) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Hersenen: Ontspan met (barok)muziek - rustgevende muziek Rustgevende muziek: Barokmuziek reinigt de verbindingen tussen o…
Componist Antonio Vivaldi Vele mensen zullen Antonio Lucio Vivaldi in één woord noemen met klassieke muziek. De rodie pri…
Componisten van de klassieke muziek - deel 2 Componisten van de klassieke muziek, dat is een breed begrip. Wat valt onder…
Johann Sebastian Bach Johann Sebastian Bach wordt beschouwd als de grootste componist aller tijden. Tijdens zijn leven st…
Eenvoudige muziek theorie De meeste muziek volgt de richtlijnen zoals die beschreven staan in de muziektheorie. Toonladde…

Bronnen en referenties
  • Intro muziek voor de bovenbouw - ThiemeMeulenhoff, Utrecht/Zuthpen

Reageer op het artikel "Algemene geschiedenis van de muziek: Barok"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Martijnw
Rubriek: Muziek en Film
Subrubriek: Muziekstromen
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!