InfoNu.nl > Muziek en Film > Muziekstromen > Richard Strauss: Alpensymfonie en andere hoogtepunten

Richard Strauss: Alpensymfonie en andere hoogtepunten

Richard Strauss: Alpensymfonie en andere hoogtepunten Dirigent en componist Richard Strauss (1864 – 1949) is beroemd geworden met tal van composities en de uitvoering ervan. Zijn opera’s en symfonische gedichten springen hierbij het meest in het oog. Zijn geliefde Beierse Alpen spelen de hoofdrol in het beeldend gecomponeerde orkestwerk Eine Alpensinfonie uit 1915, waarin een tocht van 24 uur door de bergen in muzikale klanken wordt omgezet.
Geportretteerd door Max Liebermann / Bron: Max Liebermann, Wikimedia Commons (Publiek domein)Geportretteerd door Max Liebermann / Bron: Max Liebermann, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Jeugdig talent

De dirigent en componist Richard Georg Strauss, geen familie van de Weense walsenkoning Johann Strauss, werd in 1864 in München geboren. Zijn moeder was de dochter van een bekende bierbrouwer, zijn vader Franz was eerste hoornist bij het Münchener Hoforkest en componist van diverse stukken voor hoorn. Ook zijn zoon Richard zou diverse werken voor dit instrument componeren. Op vierjarige leeftijd kreeg de jonge Richard al pianoles, twee jaar later kwam daar vioolles bij. Op beide instrumenten was hij al snel zeer bedreven. In 1870 probeerde Strauss zelf composities te schrijven. In 1876, twaalf jaar oud, schreef hij zijn eerste orkestwerk, de Festmarsch, in 1881 uitgevoerd door het amateurorkest waar hij zelf ervaring als violist en dirigent opdeed.

Dirigent

Met de Blazersserenade uit 1881 werd Strauss opgemerkt door dirigent Hans von Bülow (1830 – 1894). In 1884 moest Strauss, nog nauwelijks een ervaren dirigent, zonder te repeteren de uitvoering ervan in Meiningen leiden. Het werd zo’n succes, dat Von Bülow hem aannam als assistent-dirigent. Korte tijd erna, in 1885, werd Strauss benoemd tot hertogelijke hofmuziekdirigent in Meiningen. Nog wat later, in 1886, volgde zijn benoeming als derde kapelmeester van de Hofopera in München.

Al snel was Strauss een gevierd dirigent, die werkte voor de operatheaters in München, Weimar, Berlijn en Wenen. Hij trouwde in 1894 met de sopraan Pauline de Ahna, die hij 1887 had leren kennen. Vanaf 1919 was Richard Strauss een van de twee leiders van de Weense Staatsopera. Hij woonde afwisselend in zijn stadspaleis in Wenen en in het Beierse bergdorp Garmisch, volkomen toegewijd aan de muziek. Op talloze tournees dirigeerde hij vrijwel alle belangrijke orkesten van de wereld, veelal als gastdirigent. Vanaf 1924 leidde Strauss geen eigen orkest meer, maar trad hij uitsluitend als gastdirigent op. Tijdens zijn leven ontving hij tal van onderscheidingen en werd hij beschouwd als de nummer één van het Duitse muziekleven aan het begin van de 20e eeuw.

Strauss zette zijn talent en positie niet alleen in voor de muziek, maar ook ter verbetering van de maatschappelijke omstandigheden van zijn vakgenoten.

Componist

De sociale onrust en internationale spanning in Europa, voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog, klonken ook door in de wereld van de muziek. Hiermee kwam aan de klassiek-romantische muziekperiode een einde en maakten vernieuwende experimenten hun entree. Strauss wordt, als kind van zijn tijd, dan ook beschouwd als een postromantische componist.

Als componist hij heeft heel wat composities op zijn naam staan. Minder belangrijk zijn zijn pianostukken, kamermuziek en koorwerken (ca. 150 liederen, slechts iets meer dan tien ervan uit zijn vroege periode werden ook buiten Duitsland en Oostenrijk bekend). Toch kan hij als meester van het 19e-eeuwse lied worden gezien.

Bekend staat de componist echter vooral om zijn symfonische gedichten en opera’s. De belangrijkste voorbeelden voor de symfonische gedichten die Strauss zou componeren zijn Berlioz en Liszt; voor zijn opera’s was aanvankelijke Richard Wagner zijn grote voorbeeld. De symfonische gedichten zijn met name geschreven voor 1900, de opera’s (op één na) zijn ontstaan na 1900.

Symfonische gedichten

Symfonische gedichten zijn werken voor orkest, waarbij een emotie of filosofische gedachte in muziek is omgezet, of waarbij een niet-muzikale gebeurtenis naar muziek vertolkt is. De symfonische gedichten van Strauss kennen deze verdeling eveneens. Tot de eerste groep horen zijn werken Tod und Erklärung (1889) en Also sprach Zarathustra (1896), een vrije vertolking van de ideeën van Friedrich Nietzsche.
In de tweede groep zijn de schelmenverhalen Till Eulenspiegels lustige Streiche (het populairste symfonische gedicht van Strauss over de deugniet Tijl Uilenspiegel, 1895) en Don Quichote (1897) belangrijke werken. Het in 1889 gecomponeerde Don Juan (naar een gedicht van Nikolaus Lenau) maakt meer dan duidelijk dat Strauss dit genre uitstekend beheerste; de muziek is uitermate beeldend.
In 1898 paste de componist het genre toe op een autobiografisch werk: Ein Heldenleben. Hij drijft hierin de spot met zijn critici en geeft hoog op van zijn eigen kunnen. Hij droeg zijn werk op aan het Amsterdamse Concertgebouworkest en dirigent Willem Mengelberg ter gelegenheid van het tienjarig bestaan. Een half jaar na de Duitse première stond het stuk voor de eerste maal bij dit orkest op de muziekstandaard en maakte het Nederlandse publiek er kennis mee.

Eine Alpensinfonie (Opus 64)

Van 1911 tot 1915 werkte Strauss aan Eine Alpensinfonie, eenvoudiger dan zijn eerdere symfonische gedichten, maar sterk romantisch beeldend en daardoor erg realistisch. Nog eerder, al in 1902, begon hij met de eerste aanzet van dit symfonische gedicht. In 1911 diende het werken eraan om de wachttijd op het libretto voor een opera te bekorten. Aan zijn librettist schreef Strauss: "Ik wacht op jou en ondertussen kwel ik mezelf met een symfonie waar ik tot nu toe nog minder plezier aan beleef dan aan het najagen van kakkerlakken".

Aanvankelijke had Strauss een andere titel in gedachten. Hij wilde zijn werk Der Antichrist noemen; de mens die de natuur verheerlijkt en er tot grootse daden door wordt aangezet. Na een lange stagnatie in het werken eraan, voltooide hij zijn compositie in uiteindelijk honderd dagen, aangezet door het overlijden van zijn collega-componist en -dirigent Gustav Mahler.

Huis van Strauss in Garmisch / Bron: JosefLehmkuhl, Wikimedia Commons (Publiek domein)Huis van Strauss in Garmisch / Bron: JosefLehmkuhl, Wikimedia Commons (Publiek domein)
De Alpenymfonie voor orkest en orgel heeft, zoals kenmerkend is voor het genre, een overduidelijk programmatisch karakter. Het is een muzikale vertelling over een lange wandeling door de bergen van maar liefst vierentwintig uur. Bron van inspiratie was het berglandschap, met de Zugspitze en het Wettersteingebergte, dat Strauss’ woonplaats Garmisch in Beieren omringt.

De majestueuze Alpensymfonie wordt niet vaak uitgevoerd. Niet omdat het geen geliefd werk is, maar omdat de uitvoering kostbaar is door de vele extra musici die de compositie vereist. Orgel, twee harpen, heckelfoon, celesta, extra slagwerk (waaronder een windmachine en een dondermachine), een viervoudige hout- en koperbezetting, twee tenortuba’s en achter het podium nog eens 18 extra koperblazers moeten het natuurgeweld in de Alpen gestalte geven. Tegenover dit natuurgeweld staan sfeerimpressies die eerder aan kamermuziek dan een grote orkestrale uitvoering doen denken.

Strauss zelf was erg ingenomen met het eindresultaat. “Eindelijk heb ik leren instrumenteren”, zou hij na afloop van de generale repetitie hebben verzucht. Hijzelf dirigeerde ook de Hofkapelle Dresden tijdens de première op 28 oktober 1915 in Berlijn.

Twintig delen, 23 tussentitels

De twintig delen van het werk – met in totaal 23 tussentitels – beginnen en eindigen met Nacht, ertussenin maakt de luisteraar kennis met allerlei andere belevenissen en natuurverschijnselen op de berg. Er zijn dus drieëntwintig bergervaringen in muziek omgezet, deels gebaseerd op een voorval dat Strauss zelf in zijn jonge jaren meemaakte tijdens een bergtocht. Met een aantal andere klimmers verdwaalde hij in de Alpen, werd overvallen door een enorme bui, waarna de groep drijfnat en doodmoe aan de afdaling begon. De tijdsduur bedraagt, afhankelijk van de uitvoering, ongeveer 46:05 minuten.

Nacht – Zonsopgang – De beklimming – Betreden van het woud (de muziek wordt zwaar en donker); Tocht langs de beek – Bij de waterval (koperblazers zetten zwaar aan) – Verschijning – Op de bloemenwei – Op de alpenweide ( met koeienbellen, geroep van vogels, jodelmotief, blatende schapen) – Door struikgewas en kreupelhout op een dwaalspoor – Op de gletsjer – Gevaarlijke momenten; Op de top – Visioen (de eerste orgelklanken) – De mist trekt op – De zon verdwijnt geleidelijk – Elegie – Stilte voor de storm – Onweer en storm (dondermachine en orgel worden ingezet); Afdaling – Zonsondergang – Slotakkoord – Nacht

Opera’s

In 1905 ontstond de eerste echt succesvolle opera van Strauss: Salome, naar een libretto van Oscar Wilde. In de opera kon hij de sfeerbeelden uit de symfonische gedichten aanvullen met woorden. Daarbij wilde hij ook gebruik maken van middelen die niet eerder in opera gebruikt werden om gebeurtenissen en emoties tot uitdrukking te brengen. Hij gaf daarmee de aanzet tot het expressionisme en de ontbinding van de tonaliteit in de Duitse muziek in de eerste helft van de 20e eeuw. Lang niet iedereen wist de werkwijze van Strauss te waarderen. Niet alleen zijn muziek maar ook zijn thematische keuze riepen weerstand op. In Salome prostitueert de hoofdpersoon zich voor koning Herodes, om zo het hoofd van Johannes de Doper te bemachtigen; een omstreden thema.

Strauss zou op operagebied nauw samenwerken met de Weense auteur Hugo von Hofmannsthal (1874 – 1929), te beginnen met de opera Elektra (1909). Der Rosenkavalier (1911, ook weer met een libretto van Von Hofmannsthal) is voor die tijd herkenbaarder dan de voorgaande opera’s; het verhaal speelt zich af in het aristocratische Wenen uit de pruikentijd en werd zijn meesteropera. De partituur is een mengeling van sentiment en komedie, met een lichtvoetig ritme en de melodie van de Weense wals. Het werk is eerder neoklassiek dan postromantisch en vormt het uitgangspunt voor het verdere operawerk van de componist Strauss.

Na 1917 zijn de composities van Strauss in technisch opzicht nog altijd sterk, maar ze missen de diepgang van het eerdere werk. Misschien is de componist inmiddels te veel van zijn eigen kunnen overtuigd en te materialistisch geworden.

Opmerkelijk is nog de opera Intermezzo (1924), waarin haast alle dialogen als halfgesproken recitatief zijn uitgewerkt, met drukke begeleiding van een kamerorkest en lyrisch tussenspel. Arabella uit 1933 is de laatste opera uit een reeks van zes met libretti van Von Hofmannsthal, die in 1929 overleed. Hierna werd de auteur Stefan Zweig de librettist van Strauss, met als eerste productie Die schweigsame Frau uit 1935, waardoor Strauss tijdelijk in ongenade viel bij de nazi’s.

De laatste jaren

Over Strauss en de nazi’s doen veel verhalen de ronde. Aanvankelijk zou de componist/dirigent bereid zijn geweest tot samenwerking, later zou de relatie uiterst koel zijn geweest. Strauss leidde een teruggetrokken leven, dat geheel in het teken van zijn werk stond, in Garmisch.

Het neoklassieke uit zijn latere werk is goed terug te vinden in het instrumentale Metamorphosen (1945) voor 23 strijkers. Uit zijn laatste jaren zijn tevens het Tweede hoornconcert uit 1943, het Hoboconcert uit 1946 en de Vier letzte Lieder, voor zangstem en orkest uit 1949 (tekst van de auteurs Hermann Hesse en Eichendorff) bekend.

In 1949 overleed Richard Strauss in zijn geliefde Garmisch-Partenkirchen.
© 2010 - 2019 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Die Fledermaus - Johann Strauss jrDie Fledermaus is de meest uitgevoerde en meest populaire operette die ooit geschreven is. Die Fledermaus is de derde op…
Kleding: het merk DockersKleding: het merk DockersDockers is een populair kledingmerk die met name bekend zijn vanwege de broeken die ze verkopen. Het merk wordt uitgegev…
Weense wals (of vlugge wals)Het is een dans waarbij op hoog tempo veel om de eigen as wordt gedanst. Om duizeligheid te voorkomen richten de dansers…
Muziekcomposities - ComponistenMuziekcomposities - ComponistenWie componeerde de Onvoltooide Symfonie? Wie was de componist die de Rhapsody in Blue (Porgy and Bess) schreef? Wie comp…
Joseph Haydn (1732-1809)De Oostenrijkse componist Joseph Haydn is de grondlegger van de klassieke stijl. Hij schiep een nieuwe, begrijpelijke mu…
Bronnen en referenties
  • Geschiedenis van de westerse muziek, Donald J. Grout & Claude V. Palisca; uitgave Olympus, 2001
  • Componisten van A tot Z; Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht 1999
  • XYZ der Muziek, Casper Höweler; Unieboek, Houten 1987
  • Paul Janssen: Ein Heldenleben - Het Concertgebouw Magazine, november 2014, p. 16.
  • Afbeelding bron 1: Max Liebermann, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: JosefLehmkuhl, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Richard Strauss: Alpensymfonie en andere hoogtepunten"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 11-01-2015
Rubriek: Muziek en Film
Subrubriek: Muziekstromen
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!