InfoNu.nl > Muziek en Film > Film en video > Stalker- en slasherfilms

Stalker- en slasherfilms

Freddy Krueger, Michael Myers en Jason Voorhees zijn bekende namen voor diegenen die kennis hebben van het stalker/slasher-genre. Deze killers respectievelijk uit A NIGHTMARE ON ELM STREET, HALLOWEEN en de FRIDAY THE 13TH-vervolgfilms hebben het horrorgenre een nieuwe dimensie bezorgd wanneer het gaat om expliciet en gruwelijk geweld. Daarom wil ik hier gaan onderzoeken hoe de stalker/slasher-films in de loop der jaren tot stand zijn gekomen en waarom ze bij veel mensen populair zijn. Want ondanks het feit dat horrorfilms in het algemeen een slechte kritiek krijgen in de media, hebben de stalker/slasher-films telkens weer aanzienlijke aantallen geïnteresseerden getrokken. Films als HALLOWEEN en FRIDAY THE 13TH werden door het horrorliefhebbende publiek zo goed bekeken dat filmmaatschappijen besloten een groot aantal vervolgfilms te maken. Hieruit blijkt dat er een grote belangstelling bestond en nog steeds bestaat voor de stalker/slasher-films. De successen die geboekt zijn met recentere voorbeelden als SCREAM en I KNOW WHAT YOU DID LAST SUMMER vormen een bewijs voor deze stelling.

Daarom wil ik in dit artikel onderzoeken hoe de stalker/slasher-films in de loop der jaren tot stand zijn gekomen en waarom ze bij veel mensen populair zijn. In de tweede paragraaf zal ik eerst de algemene ontwikkeling van de horrorfilm beschrijven. In de derde paragraaf wil ik beschrijven wat de stalker/slasher-film nu precies inhoudt. Hierbij schets ik de elementen die in deze films belangrijk zijn en daarom steeds weer terugkeren. In de vierde paragraaf wil ik beschrijven hoe de horrorfilms zich hebben ontwikkeld tot de stalker/slasher-films zoals die vandaag de dag worden gemaakt. Uiteindelijk wil ik met behulp van de genoemde aspecten de ontwikkeling en de populariteit van de stalker/slasher-films verklaren.

Ontwikkeling van de horrorfilm

THE DEVIL’S CASTLE was de allereerste horrorfilm en werd al in 1896 gemaakt door regisseur Georges Méliès, waarin hij zelf ook de rol van de duivelse vampier Mephistopheles speelde. Een andere invloedrijke film was THE CABINET OF DR. CALIGARI uit 1919. De lugubere sfeer in deze film werd opgemerkt door andere filmmakers in Hollywood en zette zich door in de vele horrorfilms die in de jaren die volgden gemaakt werden. In deze periode gebruikten de meeste filmmaatschappijen Oost-Europese vampiers en gestoorde wetenschappers als veelvoorkomend onderwerp voor hun films. Zo speelde acteur Max Schreck in 1921 de hoofdrol in Murneau’s NOSFERATU, EINE SYMPHONIE DES GRAUWENS, één van de eerste bewerkingen van Bram Stoker’s wereldberoemde roman DRACULA uit 1897. In de jaren ’20 werd acteur Lon Chaney wereldberoemd door de titelrollen te spelen in THE HUNCHBACK OF THE NOTRE DAMME uit 1923 en THE PHANTOM OF THE OPERA uit 1925. Ook speelde hij de angstaanjagende vampier in de beroemde film LONDON AFTER MIDNIGHT van regisseur Tod Browning uit 1927.

De horrorfilms die in de jaren ’30 werden gemaakt gingen wederom over figuren uit de volksverhalen, zoals vampiers, weerwolven en mummies. Deze horrorfilms maakten van deze monsters klassieke horrorfiguren, die nog steeds geregeld verschijnen in de horrorfilms van tegenwoordig. In 1930 werd de Hongaarse acteur Bela Lugosi wereldberoemd als Dracula in Tod Browning’s klassieker DRACULA. Deze film zorgde voor een stijging van de publieke interesse voor de horrorfilms. Kort hierop speelde acteur Boris Karloff in FRANKENSTEIN. Dit was weer het begin van zijn zeer succesvolle carrière als horror-acteur.

Eind jaren ’30 en begin jaren ’40 werden er ontelbare vervolgfilms gemaakt op zowel Dracula en Frankenstein, die geen van allen het succes van de originele versies wisten te evenaren. Uiteindelijk gingen vele horror-acteurs in verscheidene Abbot & Costello-films spelen. Hierdoor veranderden de voorheen succesvolle horrorfilms in voornamelijk tweederangs horrorkomedies, die steeds minder door het horrorliefhebbende publiek bezocht werden. Duidelijk was dat het de filmmakers aan inspiratie ontbrak. Nagenoeg alle facetten van het horrorgenre waren volledig uitgemolken en men was toe aan iets nieuws.

In de jaren ’50 was er een grote vraag naar sciencefiction horrorfilms. Daarom besloten veel filmmaatschappijen deze films op grote schaal te produceren. Het waren vooral lowbudget B-films die vooral dienden als voorprogramma op het hoofdprogramma. In deze periode werden toch enkele belangrijke films gemaakt waaronder THE THING FROM ANOTHER WORLD uit 1951, THE DAY THE EARTH STOOD STILL eveneens uit 1951 en THE WAR OF THE WORLDS uit 1953.

Pas aan het einde van de jaren ’50 begon het horrorgenre weer populair te worden toen de Britse Hammer Horror studio’s zich gingen concentreren op de productie van (goedkope) horrorfilms. Hammer’s glorierijke periode begon met THE CURSE OF FRANKENSTEIN uit 1957, waarin horrorlegendes Peter Cushing en Christopher Lee de hoofdrollen speelden. Het jaar erop speelde dit duo in THE HORROR OF DRACULA, welke vandaag de dag nog steeds gezien wordt als één van de beste Dracula-verfilingen. Deze en andere Hammer-films hebben het horrorgenre helpen overleven toen de grotere Hollywood-studio’s zich massaal van het genre afkeerden.

Uiteindelijk heeft regisseur Alfred Hitchcock baanbrekend werk verricht met zijn controversiële film PSYCHO uit 1960. Deze film zou het gezicht van het horrorgenre volledig gaan veranderden. Vanaf dat moment gingen gestoorde individuen, in plaats van buitenaardse monsters, steeds vaker een rol spelen in horrorfilms. PSYCHO heeft veel andere filmmakers geïnspireerd, waaronder Brian de Palma met zijn film SISTERS uit 1973. Ook Steven Spielberg heeft in zijn blockbuster JAWS uit 1975 Hitchcock’s vorm van suspense gebruikt. PSYCHO was tevens een vroege voorloper van de stalker/slasher-films die later zouden gaan volgen.

In 1967 maakte regisseur George A. Romero de horrorklassieker NIGHT OF THE LIVING DEAD (later complementeerde hij de ‘Living Dead-trilogie’ met de eveneens succesvolle vervolgfilms DAWN OF THE DEAD uit 1979 en DAY OF THE DEAD uit 1985). Deze en andere films die in de jaren ’60 werden uitgebracht gingen steeds meer gewelddadige scènes bevatten. Daarom creëerde de MPAA (Motion Picture Association of America) in 1968 een geheel nieuw filmkeuringsysteem. Dit systeem waarschuwde het publiek voor scènes die ongeschikt waren voor de jongere kijkers. Ook gaf dit systeem filmmakers in zekere zin de mogelijkheid om meer expliciet geweld in hun films te bouwen. Wes Craven’s LAST HOUSE ON THE LEFT uit 1972 en Tobe Hooper’s THE TEXAS CHAINSAW MASSACRE uit 1974 zijn hier duidelijke voorbeelden van. THE TEXAS CHAINSAW MASSACRE gaf tevens een voorzet in de richting van de stalker/slasher-films die begin jaren ’80 immens populair zouden gaan worden. De film wordt daarom ook wel gezien als de grootvader van de stalker/slasher-films.

Stalker/slasher-films

In de periode van 1978 tot 1981, die ook wel de “stalker-periode” wordt genoemd, ontstond er binnen het horrorgenre een geheel nieuw subgenre; dat van de stalker/slasher-films. Deze films waren ongekend populair in de jaren ’80. De stalker/slasher-film bevat enkele basiselementen die kenmerkend zijn voor dit genre en daarom steeds weer terugkomen.
In de films is er steeds sprake van een gestoorde moordenaar, die het in de meeste gevallen voorzien heeft op tieners en dan met name op vrouwen. Deze moordenaars zijn in staat dodelijke aanvallen te overleven om vervolgens weer terug te keren en moordend toe te slaan. Zo blijft massamoordenaar Jason Voorhees in de FRIDAY THE 13TH-serie terugkeren om onschuldige vakantiegangers op de meest uiteenlopende wijzen te vermoorden. In veel stalker/slasher-films draagt de moordenaar een masker. Dit masker maakt de moordenaar tot een mysterieuze moordmachine, zonder gezicht, zonder tekst en vooral zonder genade. Een uitstekend voorbeeld hiervan is slasher Michael Myers uit John Carpenter’s HALLOWEEN.
De onheilspellende locatie vormt, naast de aanwezigheid van een moordenaar, een ander centraal uitgangspunt in de stalker/slasher-films. Vaak is dit een mysterieus huis of een afgezonderde omgeving waar de moordenaar in veel gevallen ook woont. In THE TEXAS CHAINSAW MASSACRE worden de slachtoffers van ‘Leatherface’ in een afgelegen huis, op een afgezonderde locatie, ver van de bewoonde wereld vermoord.

In stalker/slasher-films maakt de moordenaar zelden of nooit gebruik van vuurwapens bij zijn moordpartijen. Wel wordt er gebruik gemaakt van vele andere wapens; een drilboor in THE SLUMBER PARTY MASSACRE, een pikhouweel in MY BLOODY VALENTINE en een heggenschaar in THE BURNING. Maar meestal zal de moordenaar een mes gebruiken; het is namelijk afschuwelijker om met een mes vermoord te worden dan met een vuurwapen. Een uitzondering hierop is de film SCREAM. Zolang psychopaat Billy Loomis als de ‘Ghostface’ zijn moorden pleegt gebruikt hij een mes. Direct na zijn ontmaskering maakt hij gebruik van een vuurwapen. Nu de ware identiteit van de moordenaar bekend is, is het archetypische slasher-moordwapen niet meer nodig en wordt volstaan met de eenvoud van een vuurwapen. De keuze van wapens kan daarom ook het verschil tussen een horrorfilm en een thriller aanwijzen. Wanneer Travis Bickle in Scorsese’s thriller TAXI DRIVER in plaats van vuurwapens een mes had gebruikt had de film waarschijnlijk onder de noemer horrorfilm gevallen.

Nagenoeg alle stalker/slasher-films concentreren zich op de vrouwelijke karakters. In deze films lijken vrouwen slechts één enkele rol te vervullen; het hebben van seks. De vrouwen zullen, nadat zij hun partners hebben overgehaald tot het bedrijven van de liefde, onherroepelijk sterven. De moordenaar neemt voor het doden van de vrouwen zijn tijd en is hierbij zeer sadistisch en gewelddadig. Vreemd genoeg zullen de vrouwen zich zelden of nooit verdedigen.

Uiteindelijk zal de moordenaar door de heldin aan het einde van een stalker/slasher-film vermoord, of in ieder geval tijdelijk uitgeschakeld worden. In de film is deze vrouw (in de meeste gevallen een maagd) de enige die zich ervan bewust is dat er een moordenaar aan het werk is. Potentiële slachtoffers zullen haar waarschuwingen over dit feit volledig negeren. Zo blijft Laurie Strode in HALLOWEEN haar vrienden vergeefs waarschuwen over het feit dat zij in de gaten gehouden wordt door een vreemde ‘shape’. Terwijl de andere vrouwen in de film vaak op zoek zijn naar een partner, bereidt de heldin zich alvast voor op de confrontatie met de moordenaar. Aan het einde van A NIGHTMARE ON ELM STREET zet heldin Nancy vallen klaar om haar tegenstander Freddy Krueger in de val te lokken.

Moderne stalker/slasher-films

John Carpenter’s HALLOWEEN uit 1978 was de eerste van een reeks horrorfilms die vallen onder de stalker/slasher-films. In deze film werden de wetten die behoren bij het stalker/slasher-genre definitief vastgelegd. Het uiteindelijke stalker/slasher-genre is ontstaan door tal van invloeden vanuit het gehele horrorgenre. Belangrijk om te weten is dat de stalker/slasher-films handig inspelen op de gedachtegang van (vooral jonge) mensen uit een samenleving in een bepaalde periode. De eerste stalker/slasher-films hebben hun populariteit dan ook vooral te danken aan de culturele revoluties die in de jaren ’60 plaatsvonden. Een resultaat van die revolutie is dat men meer seksuele vrijheid kreeg. Deze seksuele vrijheid wordt in films als HALLOWEEN en FRIDAY THE 13TH echter genadeloos met de dood bestraft. Tieners konden zich vooral om deze reden uitstekend inleven in de karakters in het verhaal.

HALLOWEEN werd dan ook uiteindelijk één van de meest succesvolle horrorfilms aller tijden. Vele filmmakers, producers en filmmaatschappijen hebben John Carpenter’s formule gebruikt bij de productie van andere stalker/slasher-films. Al snel waren films als PROM NIGHT, TERROR TRAIN en THE BURNING redelijk lopende attracties in bioscopen. Op Sean S. Cunningham’s FRIDAY THE 13TH en Wes Craven’s A NIGHTMARE ON ELM STREET na hebben echter maar weinig van deze stalker/slasher-films hetzelfde grootschalige succes van HALLOWEEN bereikt. Hier is een belangrijke reden voor aan te voeren.

In de vele stalker/slasher-films na HALLOWEEN trachtte men het publiek met behulp van een grote reeks ordinaire en bloederige slachtpartijen te choqueren. Juist het ontbreken hiervan maakt HALLOWEEN voor het publiek een beangstigende film. In HALLOWEEN zijn het namelijk niet de moorden die beangstigend zijn, maar het feit dat je door iemand in de gaten gehouden wordt. In HALLOWEEN heeft John Carpenter deze interne angst die bij iedereen leeft optimaal gevisualiseerd. Het is juist dit essentiële onderdeel dat in de meeste stalker/slasher-films ontbreekt, of niet goed wordt uitgewerkt.

Uiteindelijk zou de goede reputatie van het horrorgenre wat inzakken door lange reeksen, minder interessante vervolgfilms op stalker/slasher-films die in loop van de jaren ’80 op zeer grote schaal werden geproduceerd. De stalker/slasher-formule werd eindeloos herkauwd en wegens gebrek aan inspiratie werden reeds verslagen killers maar weer uit de kast gehaald om een nieuwe reeks moorden in alweer een nieuwe vervolgfilm te plegen.

Tot Wes Craven in 1996 met zijn film SCREAM kwam aanzetten. Met SCREAM blies Craven weer nieuw leven in het horrorgenre. Craven en scenarioschrijver Kevin Williamson legden in SCREAM de conventies volledig op hun kop doordat zowel de slachtoffers als de daders de standaardregels van het stalker/slasher-genre volledig kennen en er dan ook voortdurend naar verwijzen. Craven en Williamson gebruiken de verschrikkingen van alledag om samen met de conventies van het stalker/slasher-genre een nieuwe formule te creëren.

In Amerikaanse kranten verschijnen bijna dagelijks berichten over stukgelopen relaties waarin vrienden hun vriendinnen om het leven brengen. Met SCREAM spelen Craven en Williamson dus handig in op de gedachtegangen van tieners van de jaren ’90. De film is voor een deel opgebouwd uit gebeurtenissen die in het dagelijks leven kunnen voorkomen. Dit is dan ook de reden waarom de tieners van tegenwoordig HALLOWEEN niet meer als een geloofwaardige film beschouwen, terwijl HALLOWEEN bij tieners uit de jaren ’70 en ‘80 juist wel enorm tot de verbeelding sprak. Een slimme filmmaker borduurt voort op sociale omstandigheden zoals die zijn ten tijde van het maken van een film. SCREAM vervult daarom tegenwoordig in zekere zin dezelfde functie als HALLOWEEN dat zo’n 20 jaar geleden deed.

Conclusie

Mede dankzij belangrijke films als PSYCHO en THE TEXAS CHAINSAW MASSACRE is eind jaren ’70 het stalker/slasher-genre ontstaan. Stalker/slasher-films zijn vanaf hun ‘geboorte’ al populair geweest bij een groot aantal mensen. Deze populariteit valt voor een groot deel te verklaren aan het feit dat mensen zich kunnen inleven in de situatie waarin slachtoffers zich in stalker/slasher-films bevinden. Het is bijzonder beangstigend om door een onbekend iemand gevolgd en uiteindelijk bruut vermoord te worden. Het is een vorm van angst waar een ieder iets mee heeft.

Met de teleurstellende resultaten van recentere stalker/slasher-films als I KNOW WHAT YOU DID LAST SUMMER, URBAN LEGEND en VALENTINE, is het zeer waarschijnlijk te noemen dat ook deze nieuwe stroming in het stalker/slasher-genre langzaam doodbloedt. Wij zijn, net als aan het einde van de jaren ’50, wederom toe aan iets anders.

Horror is echter in de gehele geschiedenis van de mens aanwezig geweest en zal om die reden waarschijnlijk wel nooit verdwijnen. We zullen moeten wachten op een bevlieging, een opwelling van een invloedrijk regisseur die het horrorgenre wederom nieuw leven in zal gaan blazen. Of een horrorfilm succes behaalt of niet en daarmee een nieuw subgenre binnen het horrorgenre creëert, hangt af van de sociale context waarin de film uitgebracht wordt. John Carpenter zei hierover: “Fear is the most powerful emotion in the human race and fear of the unknown is probably the most ancient. You’re dealing with stuff that everybody has felt; from being little babies we’re frightened of the dark, we’re frightened of the unknown. If you’re making a horror film you get to play with the audiences feelings.”
© 2007 - 2019 Johndavis, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Recepten voor HalloweensmoothiesRecepten voor HalloweensmoothiesHalloween smoothies zijn een gezond en origineel alternatief voor de normale Halloween snoepjes. Smoothies op basis van…
Halloween van vroeger tot nuHalloween van vroeger tot nuElk jaar vieren we Halloween tijdens de nacht van 31 oktober. Iedereen maakt zich op om lekker te griezelen. Deze feestd…
Bronnen en referenties
  • Crane, Jonathan Lake. Terror and everyday life: singular moments in the history of the horror film. Thousand Oaks: Sage Publications, 1994. Cumbow, Robert C. Order in the universe: The films of John Carpenter. Metuchen, N.J.: Scarecrow Press, 1990. Dika, Vera. Games of terror. Halloween, Friday The 13th and the films of the stalker cycle. Londen: Associated University Press, 1990. Duursma, Mark. ‘Alles wat je altijd al wilde weten over Hitchcock..’ Trouw, 3 juli 1997: pp. 15, kolom 3. Put, Bart van der. ‘Schreeuwen tegen censuur.’ De Filmkrant, nr. 180 (juli/augustus 1997). Thompson, Kristin, David Bordwell. Film history. An introduction. New York: McGraw-Hill, 1994. Tudor, Andrew. Monsters and mad scientists: A cultural history of the horror movie. Oxford: Basil Blackwell, 1989. Uricchio, Marylynn. ‘The great white way.’ Pittsburgh Post-Gazette. 30-07-1995.

Reageer op het artikel "Stalker- en slasherfilms"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Johndavis
Laatste update: 22-11-2007
Rubriek: Muziek en Film
Subrubriek: Film en video
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!