Waar liggen de tonen op de piano?
De piano bestaat uit witte en zwarte toetsen. De witte toetsen bevatten de zogenoemde zeven stamtonen, en de zwarte toetsen bevatten de vijf afgeleide tonen. Omdat de piano meerdere octaven bevat kan een stamtoon meerdere keren voorkomen. Om aan te geven in welk octaaf een stamtoon valt, wordt elke specifieke stamtoon op een unieke wijze genoteerd. Bijvoorbeeld, de toon C bij het sleutelgat wordt anders genoemd dan de toon C dat twee octaven lager ligt. In een schema wordt dit duidelijk gemaakt. Eveneens wordt weergegeven hoe alle octaven van de piano in notenschrift worden genoteerd.
De piano
Een piano heeft een bereik van zeven octaven plus een kleine terts onder het eerste octaaf, en een extra toets boven het zevende octaaf. De meest linkse toets op de piano is een A, en de meest rechtse toets is een C. Omdat elk octaaf uit de tonen C tot en met B bestaat kan gesteld worden dat het eerste volledige octaaf vanaf de derde witte toets aan de linkerkant van de piano begint. Totaal zijn er 52 witte en 36 zwarte toetsen. De naam piano komt van zijn oorspronkelijke volledige naam: de pianoforte. Dit betekent letterlijk zacht en sterk, en daarmee wordt aangegeven dat het instrument over een grote dynamiek beschikt, er kan heel zacht op worden gespeeld, maar ook zeer luid.
Alle toetsen op de piano hebben een eigen naam
In de muzieknotatie wordt elke stamtoon aangegeven met een grote of kleine letter, al dan niet voorzien van een apostrof. Een andere modernere notatiewijze geschiedt door de stamtonen van een cijfer te voorzien. Zodoende kan precies worden aangegeven in welk octaaf en in welke toonhoogte de toon valt. De op de piano liggende octaven worden van links naar rechts als volgt genoteerd:
- Onderste tonen: A0 tot en met B0, of “A tot en met “B
- Eerste octaaf: C1 tot en met B1, of ‘C tot en met ‘B
- Tweede octaaf: C2 tot en met B2, of C tot en met B
- Derde octaaf: C3 tot en met B3, of c tot en met b
- Vierde octaaf: C4 tot en met B4, of c’ tot en met b’
- Vijfde octaaf: C5 tot en met B5, of c’’ tot en met b’’
- Zesde octaaf: C6 tot en met B6, of c’’’ tot en met b’’’
- Zevende octaaf: C7 tot en met B7, of c’’’’ tot en met b’’’’
- Hoogste toon: C8, of c’’’’’
Overigens geldt dat deze notatiewijze voor alle muziekinstrumenten wordt gebruikt. Met dit systeem kan zowel het bereik van een instrument worden aangegeven, als wel de juiste toon en de juiste toonhoogte mee worden aangeduid.
Het notenschrift van de piano
De muzieknotatie van de piano gebeurt aan de hand van twee samengevoegde notenbalken. De bovenste balk beslaat de g-sleutel, de onderste balk de f-sleutel. Er worden dus twee balken gebruikt, waarbij de toon C4 of c’ precies tussen de balken in ligt. Als een denkbeeldige lijn tussen de twee balken in wordt getekend dan ontstaat als het ware één balk die geheel doorloopt. In het algemeen wordt de onderste notenbalk voornamelijk voor de linkerhand gebruikt en de bovenste notenbalk voor de rechterhand, uiteraard hangt dit geheel af van de compositie, alles is dus mogelijk.
Als geen mollen of kruizen worden genoteerd zijn de noten op de notenbalk de witte toetsen op de piano. Mollen of kruizen zijn doorgaans altijd de zwarte toetsen, tenzij er dubbele mollen of kruizen worden gebruikt, dan wordt weer een witte toets gespeeld. Dubbele mollen kunnen bijvoorbeeld voorkomen bij verminderde akkoorden, en dubbele kruizen bij overmatige akkoorden. Voorbeelden hiervan zijn het verminderde akkoord op de zevende trap in harmonisch mineur in toonsoort Bes-mineur, en het overmatige akkoord op de derde trap in melodisch (en harmonisch) mineur in toonsoort Gis-mineur